Veertien gemeenten zijn deze week onder toezicht geplaatst omdat zij de spreidingswet niet of onvoldoende uitvoeren. De gemeenten moeten asielminister Bart van den Brink uitleggen waarom zij nog geen genoeg opvangplekken voor asielzoekers hebben geregeld. Eén gemeente heeft dat gesprek inmiddels gevoerd.
Met de nieuwe toevoegingen staan in totaal 24 gemeenten op de waarschuwingslijst van de overheid. De meeste betrokken gemeenten wijzen op praktische problemen, zoals het vinden van een geschikte locatie, beperkte capaciteit op het stroomnet en bezwaren van omwonenden.
De spreidingswet moet zorgen voor voldoende opvangplekken en een betere verdeling van asielopvang over Nederland. De wet werd in 2024 aangenomen, maar het kabinet-Schoof kondigde enkele maanden later aan haar weer te willen intrekken. Die onzekerheid maakte gemeenten terughoudend bij het openen van opvanglocaties of zorgde ervoor dat zij besluiten uitstelden.
Ook de gemeenteraadsverkiezingen in maart en lokale protesten tegen asielzoekerscentra speelden een rol. In onder meer Loosdrecht en Engelen leidde de mogelijke komst van een opvanglocatie tot onrust.
Krappe planning en weinig uitruil
Uit evaluaties van provincies, het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) en andere betrokken partijen blijkt dat de uitvoering ook om praktische redenen moeizaam verloopt. De tweejaarlijkse planning van de wet biedt volgens de evaluaties weinig tijd. Sommige gemeenten richten zich daardoor vooral op tijdelijke noodopvang, in plaats van op langdurige opvang.
Daarnaast lopen nog bezwaarprocedures tegen besluiten die eind vorig jaar zijn genomen. Zes gemeenten wachten nog op duidelijkheid. Zij moeten formeel wel opvangplekken realiseren, maar kunnen zolang hun bezwaar loopt niet worden berispt. In de evaluatie wordt voorgesteld die situatie aan te passen.
De wet biedt gemeenten de mogelijkheid hun opgave onderling te verdelen. Zo kan de ene gemeente meer Oekraïense vluchtelingen opvangen en een andere meer asielzoekers. In de praktijk gebeurt dat nauwelijks, omdat het lastig is om de verschillende vormen van opvang tegen elkaar af te wegen. Gemeenten zeggen bovendien al weinig ruimte te hebben voor de opvang van asielzoekers, Oekraïners en de huisvesting van statushouders.
Meer dan honderd andere gemeenten voldoen eveneens niet aan hun opdracht. Zij kunnen de komende tijd op de waarschuwingslijst terechtkomen. De 24 gemeenten staan nu op de derde van zes treden. In het uiterste geval kan Van den Brink zelf opvanglocaties aanwijzen, al is dat vooralsnog niet gebeurd.



