De Algemene Rekenkamer verwijt minister van Justitie David van Weel dat hij de Tweede Kamer verkeerd heeft geïnformeerd over 10.000 aangiften van ernstige misdrijven die in 2024 niet zijn opgevolgd. Volgens de Rekenkamer ging het bij slechts 10 procent om meldingen, terwijl Van Weel zei dat dit voor een groot deel het geval was.
De aangiften werden niet behandeld omdat ze direct waren afgewezen of omdat een onderzoek voortijdig was beëindigd. De politie wees ongeveer 7000 zaken meteen af. Nog eens 3000 aangiften waren aanvankelijk wel opgepakt, maar werden later stopgezet door een gebrek aan personeel bij de politie of het Openbaar Ministerie.
Bij driekwart van de zaken is niet vastgelegd waarom er geen vervolg kwam. Het ging onder meer om aangiften van zedenzaken en zware diefstallen met geweld. De Rekenkamer stelde eerder dat deze zaken daardoor geen noemenswaardige aandacht kregen.
Uitleg van de minister
Van Weel verdedigde zich tijdens een overleg met de Tweede Kamer door te zeggen dat het merendeel van de 10.000 gevallen uit meldingen bestond. De Rekenkamer noemt die voorstelling onjuist. "Daarmee zet de minister de Tweede Kamer op het verkeerde been", schrijft het orgaan.
De minister kwam later terug op zijn uitleg in een halfjaarbericht van de politie. Ook die toelichting vindt de Rekenkamer misleidend. Van Weel verwees daarin naar ongeveer 200 zedenzaken die niet waren opgepakt, maar volgens de Rekenkamer kan die kleine groep geen beeld geven van alle 10.000 onbehandelde aangiften.
Bij zedenzaken gaat het namelijk relatief vaak om meldingen. Dat ligt anders bij andere ernstige misdrijven, zoals zware diefstallen. Door vooral de zedenzaken als voorbeeld te nemen, ontstond volgens de Rekenkamer een vertekend beeld van de volledige groep.
De Rekenkamer concludeerde eerder dat de prioriteiten van de minister en het Openbaar Ministerie niet altijd bij de ernstigste misdrijven liggen. Misdrijven met een lagere ernst of een kleinere maatschappelijke schade kregen soms voorrang boven zwaardere zaken. Ook bleek dat niet duidelijk was waarom bepaalde aangiften wel en andere niet werden opgepakt.



