De Miljoenennota voor 2027 is volgens de Algemene Rekenkamer overzichtelijker dan eerdere begrotingen. Toch ontbreken bij veel ministeries concrete doelen en blijft onduidelijk of de plannen haalbaar zijn. Dat maakt het voor de Tweede Kamer moeilijk om het kabinet te controleren en voor inwoners en bedrijven om te zien wat de overheid wil bereiken.
Alleen de begrotingen van Economische Zaken, Klimaat en Groene Groei, Financiën, Infrastructuur en Waterstaat en Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening bevatten volgens de Rekenkamer duidelijke en meetbare hoofddoelen. Bij de andere ministeries ontbreken zulke doelen geheel of gedeeltelijk. In de begroting van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, met een omvang van 60 miljard euro, staat bijvoorbeeld niet helder welke resultaten met dat geld moeten worden bereikt.
Onderhoud en Europese afdracht
Ook bij bestaande overheidstaken ziet de Rekenkamer financiële risico’s. Voor het noodzakelijke onderhoud aan wegen, bruggen en het spoor is structureel te weinig geld beschikbaar. Daardoor staan basale doelen van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat onder druk.
Daarnaast kan de Nederlandse bijdrage aan de Europese Unie hoger uitvallen dan in de Miljoenennota is opgenomen. De EU-landen onderhandelen nog over de toekomstige afdrachten. De Rekenkamer houdt er rekening mee dat Nederland enkele miljarden euro’s meer moet betalen dan nu wordt geraamd.
Tegelijkertijd zijn voor andere beleidsterreinen miljarden extra beschikbaar gekomen. Het gaat onder meer om de uitkoop van boeren en de uitbreiding van Defensie. De Rekenkamer vraagt zich af of de betrokken ministeries dat geld doelmatig kunnen besteden. Bij Defensie bestaat bovendien het risico dat de overheid door de ruime middelen te veel betaalt voor nieuw materieel.
Bezuinigingen op ambtenaren
Ook de plannen om 3,4 miljard euro te besparen op het overheidsapparaat zijn volgens de Rekenkamer onvoldoende uitgewerkt. De kosten van rijksambtenaren stegen de afgelopen vijf jaar van 10 miljard naar 16 miljard euro. Het vorige kabinet wilde al 1 miljard euro besparen, maar die uitgaven liepen verder op.
Aanvankelijk zouden vooral beleidsambtenaren worden geraakt. Inmiddels kunnen ook ambtenaren die beleid uitvoeren hun baan verliezen. De gevolgen daarvan zijn niet onderzocht, stelt de Rekenkamer. Minder uitvoeringspersoneel kan de publieke dienstverlening verslechteren, terwijl het kabinet juist betere dienstverlening belooft.
President Pieter Duisenberg van de Algemene Rekenkamer zegt dat slechts enkele ministers controleerbare doelen formuleren. Zonder zulke doelen blijft volgens hem niet alleen parlementaire controle moeilijk, maar is ook voor de samenleving onduidelijk wat de overheid met het belastinggeld wil bereiken.



