Minister David van Weel van Justitie en Veiligheid blijft aan. De Tweede Kamer verwierp in de nacht van donderdag op vrijdag een motie van wantrouwen die PVV-Kamerlid Marjolein Faber tegen hem had ingediend.
Van Weel lag onder vuur vanwege zijn uitspraken over een rapport van de Algemene Rekenkamer. Daaruit bleek dat ongeveer 10.000 aangiftes en meldingen van ernstige misdrijven waren blijven liggen. De minister zei eerder dat het voor een groot deel zou gaan om meldingen waarbij justitie weinig mogelijkheden had om een verdachte op te sporen.
De Algemene Rekenkamer weersprak die uitleg. In een brief aan de Kamer nam Van Weel later afstand van zijn eerdere stelligheid. Hij schreef dat hij de cijfers uit het rapport niet kon controleren. Eerder had hij gezegd dat de cijfers volgens hem enige nuancering nodig hadden.
Excuses tijdens urenlang debat
Tijdens een urenlang debat bood Van Weel opnieuw zijn excuses aan. Hij erkende dat Kamerleden door zijn eerdere verklaringen op het verkeerde been waren gezet. "Het is klip en klaar dat u zich op het verkeerde been gezet heeft gevoeld", zei hij tegen de Kamer. Daar voegde hij aan toe dat de Algemene Rekenkamer daar gelijk in had.
Het onjuist informeren van de Tweede Kamer geldt als een ernstige politieke misstap. Verschillende oppositiepartijen verlangden daarom dat de minister zijn optreden zou verbeteren. Zij steunden echter niet allemaal de oproep om af te treden.
De PVV en Forum voor Democratie gingen daarin wel zover. Zij vonden dat Van Weel moest vertrekken en steunden de motie van wantrouwen. Een meerderheid van de Tweede Kamer koos er uiteindelijk voor de minister zijn functie te laten behouden. Van Weel kan daardoor verder als minister van Justitie en Veiligheid.



