Kamer verdeeld over Nederlands invoerverbod voor goederen uit bezette gebieden

Nederland verbiedt vanaf 22 september de invoer van goederen uit door Israël bezette gebieden. Het besluit verdeelt de Tweede Kamer, al verliep het debat minder fel dan eerdere discussies over Israël.

Vrachtwagen met goederen uit bezette gebieden op het Binnenhof tijdens debat over invoerverbod
Vrachtwagen met goederen uit bezette gebieden op het Binnenhof tijdens debat over invoerverbod · Beeld: Netgebeurd (AI-illustratie)

Nederland verbiedt vanaf 22 september de invoer van goederen uit de door Israël bezette gebieden. Het tijdelijke sanctiebesluit geldt voor drie jaar, tenzij de regering de maatregel eerder intrekt. Minister van Buitenlandse Zaken Tom Berendsen noemt het een uitzonderlijk besluit.

Het kabinet zegt zich door internationale verplichtingen en de verslechterende situatie in de bezette gebieden genoodzaakt te voelen om in te grijpen. Daarbij verwijst Berendsen naar het aanhoudende geweld van kolonisten tegen Palestijnen en naar plannen van de Israëlische regering om nederzettingen fors uit te breiden.

De maatregel krijgt steun van de VVD en van linkse oppositiepartijen, maar om verschillende redenen. D66-Kamerlid Hanneke van der Werf noemt het besluit een grote stap, omdat Nederland volgens haar breekt met jarenlang afwachtend beleid en zich aansluit bij de eerste Europese landen die economische gevolgen verbinden aan het nederzettingenbeleid. Spanje was het eerste Europese land dat een vergelijkbare maatregel invoerde.

Links wil uitbreiding, rechts stelt vragen

Partijen als GroenLinks-PvdA, Partij voor de Dieren, SP, Denk en Volt vinden het verbod niet ver genoeg gaan. Zij willen ook sancties tegen diensten en investeringen in de bezette gebieden. Daarnaast vragen zij waarom de doorvoer van goederen niet wordt beperkt en waarom bedrijven die woningen in de gebieden aanbieden, niet worden aangepakt.

Berendsen zegt dat uitbreiding naar diensten juridisch en praktisch ingewikkeld is. Het kabinet onderzoekt wel welke aanvullende maatregelen mogelijk zijn. De minister wijst bovendien op een advies van het Internationaal Gerechtshof uit 2024, dat volgens hem verplichtingen oplegt aan landen zoals Nederland om niet bij te dragen aan een onrechtmatige situatie.

Rechtse partijen betwijfelen de juridische en politieke onderbouwing. Kamerleden van PVV, ChristenUnie en JA21 vragen waarom Nederland deze uitzonderlijke handelsmaatregel wel toepast op Israëlische bezette gebieden, maar niet op bijvoorbeeld de Westelijke Sahara, Xinjiang of door Turkije bezette gebieden in Syrië.

De SGP noemt het Nederlandse beleid tegenover Israël beneden alle peil. De partij verzet zich ook tegen de maximumstraf van zes jaar voor overtredingen. De VVD steunt de sancties, maar wil onderzoeken of Oost-Jeruzalem en de Golanhoogten buiten de maatregel kunnen vallen. Berendsen zegt dat zulke uitzonderingen juridisch niet mogelijk zijn.

Lees ook