Appjes tonen harde taal en wij-zijgevoel in coronakabinet

Openbaar gemaakte appjes geven inzicht in de spanningen binnen het kabinet-Rutte tijdens de coronacrisis. Ministers schreven zich scherp uit over collega’s, bestuurders en Kamerleden, terwijl de ruimte voor een ander beleid beperkt bleef.

Drie mannen in een vergaderruimte, van wie één op een telefoon kijkt
Drie mannen in een vergaderruimte, van wie één op een telefoon kijkt · Beeld: Netgebeurd (AI-illustratie)

De parlementaire enquête naar de coronacrisis heeft nieuwe berichten opgeleverd over de verhoudingen binnen het kabinet-Rutte. Daaruit komt een beeld naar voren van een kernteam rond Mark Rutte, Hugo de Jonge en Ferd Grapperhaus, dat geregeld tegenover andere bewindspersonen stond.

Grapperhaus schreef in een bericht aan De Jonge dat onderwijsminister Arie Slob een "soepjurkje" en een "jankerd" was. Burgemeester Hubert Bruls van Nijmegen kon volgens hem "de ziekte krijgen" en de burgemeester van Breda, Paul Depla, had volgens Grapperhaus "geen ruggengraat". De oud-minister van Justitie zei tijdens zijn verhoor dat hij zijn frustraties op die manier afreageerde en dat dit zijn behandeling van de betrokkenen niet beïnvloedde.

Ook De Jonge gebruikte harde bewoordingen. Hij noemde oud-minister Kajsa Ollongren een "bak grind in de machine van ieder besluitvormingsproces". De Jonge erkende dat die formulering niet gepast was. Rutte schreef eerder aan De Jonge: "Samen met Ferd tegen de rest, heerlijk." Rutte zei daar niet te veel betekenis aan te willen geven.

Beperkte ruimte voor tegenspraak

Ollongren beschreef vanuit haar perspectief een scherpe tegenstelling binnen het kabinet. Tijdens de discussie over de avondklok schreef zij dat tegenstanders werden behandeld alsof ze "een landverrader" waren. Ze noemde dat later een verzuchting in het heetst van de strijd en zei dat ze uiteindelijk met "frisse tegenzin" instemde. Volgens Ollongren is zij daarbij niet onder druk gezet.

Verschillende oud-bewindspersonen zeiden dat zij hun standpunt konden inbrengen. Tegelijkertijd waren de mogelijkheden om besluiten aan te passen volgens oud-vicepremier Carola Schouten klein. Er was volgens haar weinig keuzevrijheid door de "smalle marges" en de vrees voor een herhaling van het Bergamo-scenario, waarbij ziekenhuizen in de Italiaanse stad overspoeld raakten.

De Jonge zei dat de besluitvorming zwaar werd beïnvloed door de vraag wie verantwoordelijkheid zou dragen voor nieuwe sterfgevallen. Ook vanuit het parlement kwam volgens de berichten irritatie. De Jonge noemde een debat in de Eerste Kamer "ruk" en schreef dat senatoren de brandweer in een crisis hinderden. Grapperhaus sprak bij een ander debat over "diepe minachting" voor "deze geriatrische beunhazerij".

Oud-SCP-directeur Kim Putters zei dat de crisis niet alleen over besmettingen en ziekenhuiscapaciteit ging. Ook de economie, eenzaamheid, mentale gezondheid en leerachterstanden moesten worden meegewogen. Hij vindt dat zulke langetermijneffecten bij toekomstige crises zichtbaarder onderdeel van de besluitvorming moeten zijn.

Lees ook