In de eerste helft van 2026 financierde ruim 8 procent van de mensen die hun eerste hypotheek afsloten een deel van de woning met een starterslening. Een jaar eerder lag dat aandeel op 6,4 procent. In 2021 gebruikte nog 3,2 procent van de starters zo'n lening.
Met een starterslening kunnen gemeenten mensen helpen die net niet genoeg kunnen lenen voor hun eerste koopwoning. De lening wordt verstrekt door het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten (SVn) en overbrugt het verschil tussen de maximale hypotheek en de aankoopprijs.
De regeling is vooral bedoeld voor starters met een beperkt budget. Volgens Arjen Gielen van SVn kan een relatief klein financieringstekort zo worden opgelost. Makelaars zeggen dat de lening vooral helpt om toegang te krijgen tot de woningmarkt, en niet zozeer om boven de vraagprijs te bieden.
Hogere prijzen en meer deelnemende gemeenten
De stijging heeft meerdere oorzaken. Lianne Hans van het Kadaster wijst erop dat steeds meer gemeenten de lening aanbieden. De belangrijkste reden is volgens haar echter dat woningen duurder zijn geworden, waardoor starters vaker aanvullende financiering nodig hebben.
Inmiddels bieden 250 van de 342 Nederlandse gemeenten een starterslening aan. Op Texel en in Lelystad was de regeling in verhouding het populairst. Daar werd bij ongeveer de helft van de verkochte woningen gebruikgemaakt van een starterslening.
In Lelystad is het gemeentelijke budget voor de regeling voorlopig uitgeput. Makelaar Fatima Joelfan zegt dat woningzoekers die een starterslening nodig hebben daarom voorlopig moeten wachten. Zij verwacht, net als andere makelaars, dat het budget later opnieuw beschikbaar komt.
De ontwikkeling laat zien dat startersleningen voor een groeiende groep een rol spelen bij de aankoop van een eerste woning. Het aantal gemeenten met de regeling neemt toe, terwijl de hogere woningprijzen ervoor zorgen dat meer kopers een aanvulling op hun hypotheek nodig hebben.



