PostNL wil voor het komende jaar 80 miljoen euro ontvangen van de overheid voor de wettelijk verplichte postbezorging. Het bedrijf zegt dat de kosten oplopen terwijl er steeds minder brieven worden verstuurd. Over eerdere subsidieaanvragen voor 2025 en 2026 loopt nog een juridische procedure.
PostNL stelt dat de regels voor de postbezorging niet meer aansluiten op de huidige situatie. Volgens het bedrijf kosten de bestaande verplichtingen in 2025, 2026 en 2027 samen ruim 148 miljoen euro. De onderneming vindt dat deze kosten niet volledig voor eigen rekening moeten komen.
Verouderde regels
Een belangrijk punt is de verplichte bezorging op zaterdag. Op die dag wordt volgens PostNL nog maar weinig post bezorgd, maar het bedrijf moet de bezorging wel volledig in stand houden. Ook moeten veel brievenbussen behouden blijven, terwijl die volgens PostNL steeds minder worden gebruikt.
De nieuwe postwet ligt al sinds 2020 bij de Tweede Kamer, maar is nog niet behandeld. Daardoor ontbreekt volgens PostNL de politieke duidelijkheid die nodig is om de organisatie aan te passen. Maurice Unck, directeur van de Nederlandse posttak, noemt de druk op het bedrijf en de medewerkers onaanvaardbaar.
De bezorgtermijn voor standaardpost werd in juli al aangepast. Brieven worden sindsdien binnen twee dagen bezorgd. Dat was volgens Unck nodig om de postvoorziening aan te passen aan de sterk afgenomen hoeveelheid post.
PostNL wil uiteindelijk naar een bezorgtermijn van drie dagen. Volgens Unck is daarvoor een ingrijpende verandering van het logistieke systeem nodig. Zolang de politiek geen besluit neemt over de toekomstige regels, kan het bedrijf daar niet mee beginnen.
De vergoeding die PostNL nu vraagt, komt bovenop de eerdere aanvragen voor 2025 en 2026. Over die aanvragen is nog geen definitieve uitkomst. Het bedrijf waarschuwt dat de onzekerheid over de financiering de uitvoering van de wettelijke posttaak bemoeilijkt.



