Nederlandse game-industrie vraagt overheid om financiële steun

De Nederlandse game-industrie wil dat de overheid investeringen en fiscale steun mogelijk maakt. Volgens de branche vallen studio’s om door hoge ontwikkelkosten en een gebrek aan privaat kapitaal.

Bezoekers lopen door een grote hal tijdens een internationale gamebeurs in Keulen
Bezoekers lopen door een grote hal tijdens een internationale gamebeurs in Keulen · Beeld: Netgebeurd (AI-illustratie)

De Nederlandse game-industrie vraagt de overheid om financiële steun en fiscale maatregelen. Volgens brancheorganisatie Dutch Games Association (DGA) hebben Nederlandse studio’s talent, goede opleidingen en succesvolle games, maar komen zij steeds moeilijker aan geld. Daardoor verdwijnen bedrijven van de markt.

De oproep klinkt tijdens een grote internationale gamebeurs in Keulen. Daar presenteren ontwikkelaars zich aan journalisten, vakgenoten en meer dan 300.000 bezoekers. De wereldwijde game-industrie heeft een omzet van ongeveer 200 miljard dollar, ruim vijf keer zoveel als de wereldwijde filmindustrie.

Concurrentie uit het buitenland

Volgens Jeroen Derwort van de DGA investeren landen als België, Zwitserland en Polen actief in hun game-industrie. Zij betalen bijvoorbeeld mee aan grote nationale stands op internationale beurzen. Nederland heeft ook een stand, maar die wordt volledig door bedrijven zelf gefinancierd.

“Een game is ook innovatie, werkgelegenheid en cultuur”, zegt Derwort. Hij vindt dat games op dezelfde manier moeten worden behandeld als muziek en film. De brancheorganisatie pleit onder meer voor een korting op de belasting op arbeid, zodat Nederlandse bedrijven beter kunnen concurreren met studio’s in andere landen.

De ontwikkeling van een game duurt vaak jaren en brengt grote financiële risico’s met zich mee. Volgens gamejournalist Rudy Wijnberg moet een spel uiteindelijk een hit worden om rendabel te zijn. Een mislukking kan direct het einde van een studio betekenen.

Gamebouwer Joost van Dongen werkte met tien mensen twee jaar aan een zogenoemde citybuilder, waarin spelers een stad bouwen en besturen. Financiering vinden voor zo’n project is volgens hem moeilijk. Investeerders willen eerst een speelbaar product zien, terwijl ontwikkelaars juist geld nodig hebben om dat product te kunnen maken.

Studio’s zoeken financiering

Het gebrek aan investeerders heeft de afgelopen jaren meerdere Nederlandse studio’s geraakt. De Amsterdamse studio PlayerUnknown Productions ging recent failliet. Ook bedrijven met succesvolle games bleken niet altijd genoeg geld te kunnen aantrekken om door te gaan.

In landen als Canada, België en Duitsland helpt de overheid volgens de DGA mee aan de arbeidskosten. Van Dongen zegt dat in Duitsland soms de helft van de ontwikkelkosten door de staat wordt gedragen. Daardoor wordt het aantrekkelijker om in een Duits bedrijf te investeren.

Van Dongen pleit daarnaast voor meer aandacht voor Nederlandse cultuur in games. Nederlandse jongeren groeien volgens hem vooral op met Amerikaanse en Japanse spellen, terwijl games met een Nederlandse achtergrond nauwelijks bestaan.

Het ministerie van Economische Zaken zegt dat gamebedrijven toegang hebben tot dezelfde subsidies als andere sectoren. Wel erkent het ministerie dat de beschikbaarheid van privaat kapitaal in alle sectoren beter moet. Daar wordt volgens het ministerie op Europees niveau aan gewerkt.

Lees ook