Laag rivierwater raakt aanvoer en scheepvaart in Noord-Nederland

Het lage water in grote rivieren belemmert de aanvoer van grondstoffen naar Noord-Nederland en maakt binnenvaart duurder. Bedrijven wijken uit naar wegtransport, andere routes of alternatieve materialen.

Scheepvaart op een Noord-Nederlandse vaarweg, met de skyline op de achtergrond
Scheepvaart op een Noord-Nederlandse vaarweg, met de skyline op de achtergrond · Beeld: Netgebeurd (AI-illustratie)

De lage waterstanden in de grote rivieren zorgen ook in Noord-Nederland voor problemen bij bedrijven en schippers. De noordelijke vaarwegen zijn nog bevaarbaar, maar transporten vanuit Duitsland en verder naar het zuiden lopen vast of moeten omvaren.

De Theo Pouw Groep in de Eemshaven ontvangt daardoor veel minder zand en grind voor zijn prefabbetoncentrale. Schepen die gewoonlijk 4.000 ton kunnen vervoeren, arriveren vanuit Duitsland soms met slechts 600 ton. Het bedrijf vangt een deel van het tekort op met gerecycled beton en extra aanvoer per vrachtwagen.

Problemen bij aanvoer en afzet

Ook zoutproducent Nedmag in Veendam ondervindt gevolgen. Het bedrijf vervoert normaal elke week twee ladingen van 2.500 ton doodgebrand magnesiumoxide naar het Ruhrgebied. Door de beperkingen op de Rijn kunnen afnemers minder product ontvangen en draaien sommige fabrieken die het materiaal verwerken op een lager niveau.

Doodgebrand magnesiumoxide wordt onder meer gebruikt voor vuurvaste stenen in staal- en cementovens. Bij Nedmag lopen de voorraden op, terwijl afnemers met tekorten kampen. Transport per spoor is lastig door de beperkte capaciteit op het spoornet, terwijl vervoer over de weg aanzienlijk duurder is.

Containervervoerder MCS merkt op de route van Noord-Nederland naar Rotterdam vooralsnog weinig hinder. De verbinding van Delfzijl naar Lemmer en de route via het IJsselmeer blijven toegankelijk. Havens in Hengelo en Almelo zijn echter niet meer bereikbaar voor de schepen van het bedrijf, die daarom worden omgeleid via Meppel, Kampen en Nijmegen.

Omvaren kost extra tijd en geld

Binnenvaartschipper Huub Kieboom voer met kunstmest van Stein naar Veendam via een langere route. De gebruikelijke verbinding over de Waal en het Amsterdam-Rijnkanaal was door de diepgang van zijn schip niet mogelijk. Via de Maas, de Dordtse Kil, de Lek en het IJsselmeer duurde de reis ongeveer acht uur langer.

De extra kosten worden in dit geval betaald door de afnemer van de kunstmest. Schippers hebben vaker te maken met minder laadvermogen of omvaarroutes bij laag water, maar de huidige waterstanden gelden als uitzonderlijk laag.

Scheepvaartbedrijf Fositrans zet zijn schepen daarom vaker in op trajecten in het Noorden en op routes naar het zuiden via België. Zout dat normaal via de Rijn naar Duitse bestemmingen gaat, wordt in Maastricht overgeladen op vrachtwagens. Doordat meer schepen uitwijken naar dezelfde vaargebieden, neemt daar het aanbod toe en staan de vrachtprijzen onder druk.

Lees ook