De FNV heeft de looneis vastgesteld tijdens de Bondsvergadering. Werknemers moeten in het komende cao-jaar 5,5 procent meer gaan verdienen en daarbovenop 80 euro per maand ontvangen. De vakbond wil daarnaast dat lonen automatisch worden aangepast als de inflatie verder oploopt.
De combinatie van een percentage en een vast bedrag moet werknemers met lagere inkomens relatief meer laten profiteren. Naast loon komen in de cao-onderhandelingen ook gelijke beloning, meer werkzekerheid en een lagere werkdruk aan de orde. De FNV wil verder af van jeugdlonen en vraagt om een betere vergoeding van reiskosten.
Zeggenschap over AI
Nieuw in de inzet van de vakbond zijn afspraken over kunstmatige intelligentie. Werknemers moeten volgens de FNV meer invloed krijgen op de manier waarop AI op de werkvloer wordt ingevoerd. Ook wil de vakbond dat bedrijven investeren in scholing, zodat werknemers met technologische veranderingen kunnen omgaan.
Arbeidsvoorwaardencoördinator Jacqie van Stigt noemt de looneis passend bij de economische situatie. Zij wijst op de nog altijd hoge inflatie, de stijgende arbeidsproductiviteit, de winsten van bedrijven en de krappe arbeidsmarkt. Volgens Van Stigt kan AI de werkdruk vergroten en kunnen technologische veranderingen worden aangegrepen voor reorganisaties.
De FNV waarschuwt bovendien dat zij haar inzet mogelijk aanscherpt als het kabinet wijzigingen doorvoert in onder meer de WW, de WIA en de zorg. De vakbond gaat er voorlopig vanuit dat zulke aanpassingen niet doorgaan.
Verschil met werkgevers
De eis van de FNV ligt hoger dan de loonstijging die het Centraal Planbureau verwacht. Het CPB rekent op een cao-loongroei van ongeveer 4,2 procent in 2026 en 3,8 procent in 2027, bij een inflatie van rond de 3 procent.
Ook CNV zet lager in en vraagt om een loonstijging tussen 3 en 5,5 procent. Werkgeversorganisaties AWVN, VNO-NCW en MKB-Nederland willen dat cao-overleg minder draait om het verdelen van beschikbare loonruimte. Zij pleiten voor investeringen in productiviteit, innovatie en duurzame inzetbaarheid, mede vanwege de verslechterende economie, de krappe arbeidsmarkt en de vergrijzing.
De werkgevers zien bij koopkrachtproblemen liever gerichte steun voor werknemers die dat nodig hebben dan algemene loonsverhogingen. Cao-afspraken worden uiteindelijk per sector en bedrijf gemaakt, waardoor de uitkomst per groep werknemers kan verschillen.



