De economische gevolgen van de hete en droge zomer kunnen in Nederland oplopen tot een verlies van 0,8 procentpunt groei. Dat blijkt uit onderzoek van Triodos Bank naar de effecten van extreem weer in Europa. Voor de Europese Unie wordt de totale schade geraamd op ongeveer 1 procent van het gezamenlijke bruto binnenlands product, omgerekend circa 180 miljard euro.
De raming voor Nederland valt op omdat De Nederlandsche Bank in juni uitging van ongeveer 0,8 procent economische groei over heel 2026. De cijfers zijn niet rechtstreeks met elkaar te vergelijken, maar langdurige hitte en droogte kunnen daarmee vrijwel de volledige verwachte groei tenietdoen. Frankrijk zou met een verlies van 1,4 procentpunt nog zwaarder worden geraakt.
Lagere productiviteit en hogere kosten
Bij temperaturen boven 25 tot 30 graden neemt de productiviteit af. Werknemers hebben vaker pauze nodig, werken minder snel en maken meer fouten. Dat raakt onder meer de bouw, wegenbouw en magazijnen, maar ook kantoren zonder goede koeling.
Werkgevers kunnen werktijden aanpassen, extra rustmomenten invoeren of airconditioning inzetten. Die maatregelen brengen wel kosten met zich mee. Werken in de avond kan duurder zijn en koeling vraagt extra elektriciteit. Niet elk productieproces kan bovendien eenvoudig worden aangepast aan hoge temperaturen.
Problemen voor transport, landbouw en energie
Droogte verlaagt de waterstand in rivieren zoals de Rijn. Binnenvaartschepen kunnen daardoor minder vracht meenemen. Vervoerders moeten meer schepen inzetten of uitwijken naar weg- en spoorvervoer, als daar capaciteit voor is. De hogere transportkosten kunnen uiteindelijk worden doorberekend in de prijzen van brandstoffen, bouwmaterialen en andere producten.
Boeren hebben bij droogte meer beregening nodig, terwijl daarvoor juist beperkingen kunnen gelden. Gewassen leveren daardoor mogelijk minder op. Een tegenvallende Europese oogst kan voedselprijzen voor aardappelen, groente, fruit en graan opdrijven.
Ook energiebedrijven kunnen hinder ondervinden. Sommige elektriciteitscentrales gebruiken rivierwater voor koeling. Bij een te lage waterstand of een te hoge watertemperatuur kan de productie worden beperkt, terwijl de vraag naar stroom door ventilatoren en airconditioners juist toeneemt.
De 180 miljard euro is geen directe rekening voor huishoudens, maar een schatting van gemiste productie, lagere opbrengsten en extra kosten. Consumenten kunnen de gevolgen merken via hogere prijzen, hogere overheidsuitgaven en een minder sterke arbeidsmarkt. De uiteindelijke schade hangt af van de duur van de hitte en droogte en van het tempo waarin de omstandigheden herstellen.



