Het achterstallige onderhoud aan Nederlandse bruggen en sluizen kan de economie tot 20 miljard euro kosten. Dat heeft het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) berekend. De grootste problemen spelen bij de Merwedebrug, de Suurhoffbrug en de Van Brienenoordbrug.
Voor deze drie stalen bruggen samen kan de schade oplopen tot ruim 5 miljard euro. De Merwedebrug in de A27 is het duidelijkste voorbeeld. Vrachtwagens mogen er sinds half juli niet meer overheen, omdat onderzoek van Rijkswaterstaat aantoonde dat de boogconstructie op meerdere plaatsen zwakker is dan eerder werd gedacht.
Het vrachtverbod kost volgens de berekeningen van het EIB dagelijks 1,8 miljoen euro. Daarvan komt 935.000 euro door extra reistijd voor vrachtwagenchauffeurs. Brandstof en vrachtwagenheffing zijn goed voor nog eens 790.000 euro. Extra files op de A15, A16, A59 en A2 veroorzaken een schadepost van 140.000 euro per dag.
Ook bij de Suurhoffbrug in de A15 zijn beperkingen nodig. Nadat Rijkswaterstaat scheuren ontdekte in een hoofdligger, moet het verkeer daar over de vluchtstrook. De economische schade bedraagt daar volgens het EIB 675.000 euro per dag.
Meer bruggen onder toezicht
De Van Brienenoordbrug staat, net als de andere twee bruggen, onder verscherpt toezicht. Vervanging is daar op zijn vroegst in 2032 afgerond. Het EIB verwacht dat tussentijds rijstroken moeten worden afgesloten of de maximumsnelheid omlaag gaat. Dat kan leiden tot een schade van ruim 2,75 miljoen euro per dag.
Daarnaast houdt Rijkswaterstaat ongeveer dertig betonnen bruggen extra in de gaten. Daar zijn tijdelijke maatregelen, zoals stutten, soms mogelijk. Volgens Taco van Hoek, directeur van het EIB, lossen die maatregelen het probleem niet definitief op: “Maar eigenlijk is dat uitstel van executie.”
Met het huidige rijksbudget kan volgens het onderzoek slechts een kwart van de bruggen en viaducten worden vervangen. Tijdelijke uitval en projecten die daardoor niet kunnen doorgaan, kunnen samen 15 miljard euro schade veroorzaken. Het tekort aan geld voor regulier onderhoud kan tot 2035 nog eens 2,5 miljard euro kosten.
Het EIB pleit daarom voor meer geld en duidelijke prioriteiten. Van Hoek zegt: “Het gaat dus niet om de keuze: wel of niet doen, maar wannéér je het doet.” Er staan momenteel 19 aanlegprojecten op pauze, maar volgens het instituut leveren sommige investeringen uiteindelijk meer op dan ze kosten.



