Bij twee op de drie lokale hulporganisaties is het aantal hulpvragen vanwege geldproblemen het afgelopen jaar toegenomen. Vooral de groei van het aantal jongeren met financiële zorgen baart zorgen. Bij bijna 30 procent van de organisaties kunnen jongeren door geldgebrek niet aan een opleiding beginnen of die niet afmaken.
Dat blijkt uit onderzoek van Stichting Armoedefonds onder ruim 650 lokale hulporganisaties. De toenemende vraag naar ondersteuning is volgens de stichting al meerdere jaren zichtbaar. Ook alleenstaande ouders, werkenden en vluchtelingen doen vaker een beroep op hulp.
De kosten voor dagelijkse boodschappen, energie en schoolspullen zorgen voor veel problemen. Bij 11 procent van de hulporganisaties staan mensen inmiddels op een wachtlijst voordat zij hulp kunnen krijgen.
Gevolgen voor de toekomst
Stichting Armoedefonds waarschuwt dat financiële problemen de kansen van jongeren op langere termijn aantasten. "De financiële situatie van vandaag heeft dan gevolgen voor de kansen van morgen", zegt directeur Henk de Graaf. Volgens hem zouden jongeren niet moeten kiezen tussen hun dagelijkse uitgaven en hun opleiding, sociale leven of toekomstplannen.
Een op de drie hulporganisaties ziet dat jongeren vooral rond hun achttiende verjaardag in financiële problemen komen. Vanaf dat moment krijgen zij te maken met nieuwe verantwoordelijkheden en uitgaven, terwijl hun inkomen niet altijd toereikend is. Ook het tekort aan betaalbare woningen speelt volgens de organisaties een belangrijke rol.
De geldzorgen hebben daarnaast gevolgen voor het welzijn van jongeren. Hulporganisaties signaleren stress en schaamte. Ook kunnen jongeren minder vaak meedoen aan sociale activiteiten, omdat daar geen geld voor is.
De problemen beperken zich volgens de hulporganisaties niet tot jongeren. Ook huishoudens met kinderen, werkenden en mensen die in Nederland zijn gevlucht zoeken vaker ondersteuning. De organisaties zien daardoor niet alleen meer hulpvragen, maar kunnen die ook minder snel afhandelen door de wachtlijsten.



