Huishoudens en bedrijven die aangesloten blijven op het gasnet, kunnen daar in 2050 aanzienlijk meer voor gaan betalen. De Autoriteit Consument & Markt (ACM) verwacht dat de jaarlijkse kosten voor een gemiddeld huishouden kunnen oplopen van 200 euro nu naar 790 euro in 2050.
De stijging komt doordat steeds meer huishoudens en bedrijven overstappen op duurzame alternatieven en hun gasaansluiting verlaten. De kosten voor het beheer en onderhoud van het gasnet moeten daardoor over een kleinere groep gebruikers worden verdeeld. Ook het verwijderen van ongebruikte aansluitingen en delen van het gasnet brengt kosten met zich mee.
Kosten komen bij achterblijvers terecht
Netbeheerders mogen de kosten die zij maken doorberekenen aan hun klanten. Daardoor kunnen de transporttarieven voor de gebruikers die op het gasnet blijven sterk oplopen. Het gaat niet alleen om huishoudens, maar ook om bedrijven die voorlopig afhankelijk blijven van aardgas.
“De stijgende gastransporttarieven kunnen flinke gevolgen hebben voor huishoudens en bedrijven die moeten ‘achterblijven’ op het gasnet”, zegt Manon Leijten, bestuurslid van de ACM. De toezichthouder zegt de maximale tarieven niet eenvoudig te kunnen begrenzen, omdat netbeheerders hun gemaakte kosten in rekening mogen brengen.
Niet iedereen kan op korte termijn van het gas af. Zo kan een verhuurder weigeren mee te werken aan de overstap naar een andere warmtevoorziening. Daarnaast is het elektriciteitsnet op veel plaatsen al zwaar belast, waardoor een grote overstap van gas naar elektrische oplossingen niet overal direct mogelijk is.
De ACM wijst erop dat de overheid kan voorkomen dat alle verwijderingskosten bij de resterende gebruikers terechtkomen. Ministers en de Tweede Kamer kunnen besluiten om het weghalen van ongebruikte gasaansluitingen en gasleidingen uit de algemene middelen te betalen. Volgens de toezichthouder kan dat helpen om de overgang naar duurzame energie niet af te remmen.



