In het oosten van de Democratische Republiek Congo proberen artsen met een internationaal onderzoek de sterfte door ebola terug te dringen. Honderden patiënten krijgen twee antivirale middelen, afzonderlijk of in combinatie. Onderzoekers willen vaststellen of de behandelingen de overlevingskansen vergroten.
De uitbraak wordt veroorzaakt door de zeldzame Bundibugyo-variant van het ebolavirus. Daartegen is nog geen medicijn of vaccin beschikbaar. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie sterft ongeveer 48 procent van de besmette mensen in Congo.
Behandeling en onderzoek
In een behandelcentrum in Bunia werkt de Congolese arts Jacques Makuta dagelijks met patiënten in isolatie. Hij behandelt onder meer zwangere vrouwen, baby’s en ouderen. Omdat een middel dat het virus zelf bestrijdt ontbreekt, richten artsen zich voorlopig op het verlichten van symptomen en het ondersteunen van patiënten.
“Het doet pijn dat we zoveel patiënten verliezen”, zegt Makuta, die werkt voor de hulporganisatie Alima. Hij hoopt op een behandeling waarmee artsen patiënten beter kunnen helpen en zichzelf minder zorgen hoeven te maken over een mogelijke besmetting tijdens hun werk.
Het onderzoek maakt deel uit van de internationale Partners-studie. Congolese artsen werken daarin samen met internationale onderzoekers, universiteiten, farmaceutische bedrijven en de WHO. In een laboratorium in een tent bij een kliniek van Artsen zonder Grenzen worden bloedmonsters onderzocht.
De Vlaamse infectieziektedeskundige Hilde De Clerck van het Instituut voor Tropische Geneeskunde in Antwerpen is bij het onderzoek betrokken. Onderzoekers kijken of de hoeveelheid virus in het bloed afneemt bij patiënten die een van de middelen of beide middelen krijgen. De Clerck noemt onderzoek naar nieuwe behandelingen noodzakelijk, omdat ook jonge en gezonde patiënten aan de ziekte overlijden.
Uitbraak moeilijk onder controle
De ziekte veroorzaakt grote schade binnen families. Volgens De Clerck verliezen sommige gezinnen meerdere familieleden en blijven kinderen alleen achter. Ook komen patiënten vaak pas naar een ziekenhuis als ze ernstig ziek zijn. Anderen overlijden thuis, waardoor familieleden en buurtgenoten besmet kunnen raken.
Meer voorlichting, contactonderzoek en aanwezigheid in gemeenschappen zijn nodig om besmettingen sneller op te sporen. Onderzoekers hopen dat mensen eerder medische hulp zoeken als er uitzicht is op een mogelijke behandeling.
De eerste resultaten van het onderzoek laten nog op zich wachten. Pas wanneer blijkt dat een of beide middelen werken, kan de medische wereld ze breder beschikbaar maken.



