Dagen met extreem brandrisico in Zuid-Europa bijna verdubbeld

Het aantal dagen met extreem brandrisico is in Zuid-Europa sinds begin jaren tachtig bijna verdubbeld. Hogere temperaturen zorgen vaker voor warm, droog en winderig weer, terwijl natuurbranden niet automatisch vaker voorkwamen.

Brandweerlieden bestrijden een natuurbrand in een bos
Brandweerlieden bestrijden een natuurbrand in een bos · Beeld: Netgebeurd (AI-illustratie)

Het aantal dagen met omstandigheden die natuurbranden kunnen aanjagen, is in Zuid-Europa in veertig jaar tijd sterk gestegen. Onderzoekers analyseerden de periode van 1981 tot en met 2025 en zien dat dagen met een extreem hoog brandrisico bijna twee keer zo vaak voorkomen.

Warmte, droogte, lage luchtvochtigheid en wind vormen samen zogeheten vuurweer. Klimaatonderzoeker Raúl Cordero Carrasco van de Rijksuniversiteit Groningen zegt dat de stijging vooral samenhangt met de opwarming van de aarde. "Brandrisico reageert sterk op temperatuur, en klimaatverandering duwt temperaturen omhoog."

Tegelijkertijd daalden het aantal geregistreerde natuurbranden en de totale verbrande oppervlakte in Zuid-Europa over die onderzoeksperiode. Die afname kende wel grote verschillen per jaar. Het hogere risico betekent namelijk niet dat er ook altijd brand ontstaat.

"Je hebt altijd nog een ontsteking nodig", zegt natuurbrandonderzoeker Max van Gerrevink. Menselijk handelen veroorzaakt veel branden, bijvoorbeeld door weggegooide sigaretten of brandstichting. Ook de hoeveelheid brandbaar materiaal en de inrichting van het landschap bepalen hoe snel een vuur zich verspreidt.

Preventie en veranderd landschap

Zuid-Europese landen hebben de brandbestrijding en preventie de afgelopen decennia uitgebreid. Spanje beboet bijvoorbeeld mensen die in natuurgebieden roken. Brandweerkorpsen beschikken daarnaast over meer technologie en materieel dan vroeger.

Volgens natuurbrandanalist Brian Verhoeven van de brandweer en het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid is die ontwikkeling in Catalonië geleidelijk gegaan. Grote branden dwongen de hulpdiensten hun aanpak steeds verder aan te passen.

Naast vuurweer spelen veranderingen op het platteland een rol. In delen van Zuid-Europa vertrekken inwoners en stoppen boeren met het bewerken van hun grond. Daardoor groeien voormalige akkers dicht en neemt de hoeveelheid brandstof in het landschap toe. In Catalonië zijn op sommige plekken oude stenen muren en terrassen zichtbaar in wat inmiddels bos is geworden.

Grotere, aaneengesloten natuurgebieden kunnen het voor branden makkelijker maken om zich over lange afstanden te verspreiden. "Je kan niet alleen naar klimaatverandering kijken en verklaren wat er in Spanje gebeurt", zegt Verhoeven.

Risico op grote branden

De temperatuur in Europa zal de komende decennia verder stijgen, waardoor ook dagen met extreem brandrisico naar verwachting vaker voorkomen. Cordero Carrasco wijst erop dat de verbrande oppervlakte in 2018 een dieptepunt bereikte, maar dat er sindsdien aanwijzingen zijn voor een stijging van het aantal branden.

Onderzoekers volgen ook vaker vuurweergolven, periodes van meerdere dagen met extreme brandcondities. Als in zulke omstandigheden een brand uitbreekt, kan die snel uitgroeien tot een grote en moeilijk beheersbare brand. Bij Bordeaux ontstond deze zomer bij een zeer intense brand een eigen vuurwolk, die het vuur onvoorspelbaarder en gevaarlijker maakt.

Lees ook