De Nobelprijs voor de Geneeskunde gaat dit jaar naar de Amerikaanse hersenonderzoeker Karl Deisseroth en de Duitse wetenschappers Peter Hegemann en Georg Nagel. Het Nobelcomité in Stockholm kent de onderscheiding toe voor hun ontdekkingen rond lichtgeactiveerde ionkanalen en optogenetica.
Met optogenetica kunnen onderzoekers afzonderlijke zenuwcellen gericht bestuderen. Licht wordt daarbij gebruikt om de activiteit van specifieke cellen te meten of te beïnvloeden. De methode heeft meer inzicht gegeven in de manier waarop zenuwcellen betrokken zijn bij onder meer herinneringen, emoties en gedrag.
Licht als schakelaar voor zenuwcellen
De techniek werkt met lichtgevoelige ionkanalen. Dat zijn onderdelen van cellen die reageren op licht en daardoor de elektrische activiteit van een zenuwcel kunnen veranderen. Onderzoekers kunnen zo nauwkeuriger onderzoeken welke cellen een rol spelen bij processen in de hersenen.
De drie laureaten ontvangen een medaille en een diploma. Daarnaast delen zij een bedrag van 12 miljoen Zweedse kronen, omgerekend ruim 1 miljoen euro. Het prijzengeld komt uit de nalatenschap van de Zweedse zakenman Alfred Nobel, die de Nobelprijzen instelde.
De officiële uitreiking vindt plaats op 10 december, de sterfdag van Nobel. De prijs voor Geneeskunde is ieder jaar de eerste Nobelprijs die bekend wordt gemaakt.
In de dagen daarna volgen de onderscheidingen voor Natuurkunde, Scheikunde, Literatuur, Vrede en Economie. De Nobelprijs voor de Geneeskunde wordt toegekend aan wetenschappers die een belangrijke ontdekking of ontwikkeling hebben gedaan op het gebied van de geneeskunde of fysiologie. Dit jaar staat de prijs in het teken van een techniek die wetenschappers meer controle geeft over afzonderlijke hersencellen.
De methode maakt het mogelijk om niet alleen te observeren wat er in zenuwcellen gebeurt, maar ook om hun activiteit gericht te sturen. Daardoor kunnen onderzoekers verbanden tussen hersenactiviteit en gedrag preciezer bestuderen. De onderscheiding erkent het gezamenlijke werk van Deisseroth, Hegemann en Nagel aan de ontwikkeling van die aanpak.



