Een vierdaagse schoolweek blijft een zeldzame noodoplossing in het basisonderwijs. Van de 308 schoolleiders die meededen aan een peiling, hadden drie dit schooljaar voor een of meerdere klassen een verkort rooster ingevoerd. Dat is minder dan 1 procent.
Het gaat daarbij om roosters die meerdere weken of maanden duren, niet om een eenmalige sluiting omdat een leraar ziek is. Van de schoolleiders die nog geen vierdaagse schoolweek gebruiken, verwacht minder dan 2 procent dat dit later dit schooljaar waarschijnlijk alsnog nodig is. Minder dan 15 procent houdt daar rekening mee als mogelijkheid.
Gevolgen voor leerlingen en ouders
De uitkomsten zijn geen representatief beeld van alle basisscholen in Nederland. Wel herkennen deskundigen het beeld dat een vierdaagse schoolweek weinig voorkomt. Scholen moeten onder meer bepalen hoe zij de gemiste onderwijstijd opvangen en wat de gevolgen zijn voor ouders met werk.
Een basisschool mag maximaal zeven keer per jaar een vierdaagse schoolweek inplannen, waarbij feestdagen niet meetellen. Studiedagen vallen binnen die grens. Volgens onderzoeker Nienke Ruijs van Maastricht University kan een verkorte schoolweek de schoolprestaties schaden. Ook het verlengen van de overige lesdagen zou dat effect niet wegnemen.
Daarnaast kan de maatregel de verschillen tussen leerlingen vergroten. Ouders met voldoende geld kunnen de vrije dag bijvoorbeeld invullen met bijles, sport of muziekles. Naar de gevolgen van verschillende noodoplossingen voor het lerarentekort is nog geen grootschalig wetenschappelijk onderzoek gedaan.
Andere medewerkers voor de klas
Schoolleiders zetten daarom liever ander personeel in, zoals onderwijsassistenten, schooldirecteuren of remedial teachers. Bijna vier op de tien ondervraagden noemen dat de beste oplossing. Klassen zonder leraar worden ook wel verdeeld over andere groepen. Een andere aanpak is unitonderwijs, waarbij bijvoorbeeld twee bevoegde leraren en een onderwijsassistent samen verantwoordelijk zijn voor drie groepen.
Niet al deze medewerkers zijn bevoegd om zelfstandig les te geven. Onderwijsassistenten hebben doorgaans geen lesbevoegdheid, terwijl een schooldirecteur of remedial teacher die vaak wel heeft. Een leraar in opleiding mag onder voorwaarden voor de klas staan.
De Algemene Onderwijsbond waarschuwt dat het inzetten van onbevoegde medewerkers geen permanente oplossing mag worden. Bestuurder Kim van Strien zegt dat leerlingen recht hebben op goed onderwijs en niet alleen op opvang. Zij vindt ook dat ouders moeten weten wanneer hun kind les krijgt van iemand zonder onderwijsbevoegdheid.
Nederland had op 1 oktober 2025 een tekort van 5.800 fulltime basisschoolleerkrachten. Dat komt neer op 6,3 procent van het totale aantal leraren. Het tekort was een jaar eerder 8,1 procent. Onderzoekers waarschuwen dat de daling ook kan samenhangen met minder leerlingen en het wegvallen van extra tijdelijke middelen.



