Riviercruises zijn geannuleerd door de uitzonderlijk lage afvoer van de Rijn. Op de Waal schrapen vrachtschepen over de bodem of mogen ze helemaal niet varen. Ook de natuur en landbouw hebben last van het grote neerslagtekort.
Bij Lobith stroomt ongeveer 640 kubieke meter water per seconde ons land binnen. Dat is de laagste afvoer die daar ooit is gemeten. Door de Maas stroomt nog relatief veel water, maar dat is niet genoeg om de gevolgen van de droogte overal weg te nemen.
De lage rivierafvoer vergroot ook de kans dat zout zeewater verder landinwaarts dringt. Dat kan gevolgen hebben voor de beschikbaarheid van zoet water in polders en voor de landbouw.
Maatregelen rekken de tijd
Waterbeheerders hadden het peil van het Markermeer en IJsselmeer vóór de zomerdroogte al hoger gezet dan in andere jaren. Daardoor kan langer zoet water worden aangevoerd naar droge of verzilte gebieden, onder meer via vaarten en sloten. Ook hebben waterschappen zoetwaterbuffers aangelegd.
Zout water vanuit zee kan bovendien beter worden tegengehouden. Dat gebeurt bijvoorbeeld met een zoutdam bij de sluizen van IJmuiden en met vergelijkbare maatregelen bij de Afsluitdijk. Bij de stuwen in de Lek bij Hagestein staat extra ruimte open, zodat meer zoet water naar de Hollandsche IJssel stroomt en verzilting wordt tegengegaan.
Volgens Deon Slagter, voorzitter van de Landelijke Coördinatiecommissie Waterverdeling, leveren deze maatregelen tijd op. Zonder de ingrepen zou de scheepvaart eerder zijn beperkt en zouden waterschappen eerder brak water hebben moeten inlaten om voldoende water in de polders te houden.
Toch zijn de beschikbare middelen volgens Slagter niet voldoende voor droogtes die steeds vaker terugkeren. „We hebben meer middelen, maar ik zeg altijd: de garage is nu wel leeg.”
Bedrijven moeten zich aanpassen
Dolf Kern, zoetwaterspecialist bij het bureau van de Deltacommissaris, vindt dat Nederland meer rekening moet houden met droogte. De sluiting van een kanaal kan bedrijven bijvoorbeeld hinderen bij de aanvoer van goederen. Zij kunnen zich daarop voorbereiden door grotere voorraden aan te leggen.
Ook ondernemers in de scheepvaart kunnen anticiperen op vaker voorkomende lage rivierafvoeren, bijvoorbeeld met schepen met een geringe diepgang. Volgens onderzoekers kan een zomer als deze over twintig jaar het nieuwe normaal zijn.
Verder wordt onderzocht wat de gevolgen zijn van het ondieper maken van de Nieuwe Waterweg. Daardoor zou mogelijk meer zoet rivierwater beschikbaar blijven. Ook wordt onderzocht of het peil van het Markermeer en IJsselmeer in de zomer verder kan worden verlaagd. Tijdens calamiteiten zou zo extra water beschikbaar komen.



