Gijzelaars in PI Vught beschrijven angst tijdens rechtszaak Corné H.

Medewerkers van de Penitentiaire Inrichting Vught hebben in de rechtbank verteld over de uren waarin zij in december werden gegijzeld. Verdachte Corné H. zegt dat stemmen in zijn hoofd hem tot zijn handelen aanzetten.

Een arrestatieteam met een hond bij voertuigen
Een arrestatieteam met een hond bij voertuigen · Beeld: Netgebeurd (AI-illustratie)

De acht medewerkers die betrokken waren bij de gijzeling in de Penitentiaire Inrichting Vught hebben grote angst ervaren. Dat kwam naar voren bij de start van de rechtszaak tegen Corné H. (30) bij de rechtbank in Den Bosch. Vier verklaringen van gijzelaars werden daar behandeld.

H. liep op 5 december na de lunch naar de centrale post, waar drie medewerkers aanwezig waren. Hij had eerder een schilmesje geleend en een blender gebruikt om een smoothie te maken. Op de afdeling wordt bijgehouden wie een van de vier beschikbare mesjes in bezit heeft.

Rond 14.30 uur ging H. met het mesje naar de centrale post, maar hij leverde het niet in. Hij sloot de deuren van de post, die tussen twee afdelingen ligt, en boeide twee medewerkers vast aan een tafel. Ook nam hij alle mesjes mee.

Naast de drie medewerkers in de centrale post waren vijf collega's bij het incident betrokken. Zij zaten in een printerruimte en een kantoor en konden daar niet weg. Vooral in het eerste uur vreesden de gegijzelden dat de situatie zou escaleren. H. was rustig, maar maakte op hen een emotieloze indruk.

Vrijlating na uren

Deskundigen stelden vast dat H. vooraf geen uitgewerkt plan had om medewerkers te gijzelen. Hij verklaarde zelf dat stemmen in zijn hoofd hem opdrachten gaven. H. wilde naar de psychiatrische afdeling in Zwolle, maar kon in de rechtszaal niet uitleggen waarom.

Om 16.45 uur liet hij een mannelijke medewerker vrij, omdat die naar zijn kinderen moest. De vrouwen die daarna nog in de post waren, werden daardoor banger. Later maakte H. ook hen los om hen vrij te laten.

Na overleg met een onderhandelaar besloot H. de gijzeling te beëindigen. Een arrestatieteam hield hem vervolgens aan. In de rechtszaal zei H. dat het incident niet had mogen gebeuren en dat hij het voor de medewerkers "heel spijtig" vindt. Hij herkent zichzelf naar eigen zeggen niet in de beelden van de gijzeling.

De rechtbank behandelt later op de dag de verklaringen van slachtoffers en deskundigen. Daarna volgt de strafeis van het Openbaar Ministerie en het pleidooi van de advocaat. H. zit sinds enkele weken in een tbs-kliniek in Groningen, waar zijn behandeling is begonnen.

Lees ook