Vier kinderen uit een gezinshuis op een zorgboerderij in het Friese Veenklooster zijn uit huis geplaatst. De rechtbank heeft daarnaast bepaald dat twee andere kinderen uit het gezin onder toezicht van jeugdbescherming komen te staan.
De maatregelen gelden voor in totaal zes kinderen die in het gezinshuis wonen. Onder de vier kinderen die zijn weggehaald, zijn twee biologische kinderen van de huisouders. Het gaat om meisjes die zijn geboren in 2009 en 2011. Hun uithuisplaatsing geldt in eerste instantie voor vier weken.
Zorgen over veiligheid
Er zijn signalen van seksueel grensoverschrijdend gedrag binnen de directe leefomgeving van de kinderen. De twee meisjes zeggen dat zij zich al langere tijd onveilig voelen.
De meisjes hebben aangegeven dat zij met de politie willen praten, maar alleen als zij niet naar het gezinshuis hoeven terug te keren. Volgens de kinderrechter laat dat zien dat zij zich daar onvoldoende veilig voelen. Met de tijdelijke uithuisplaatsing wil de rechtbank ervoor zorgen dat de meisjes tot rust komen en vrijuit hun verhaal kunnen doen. De kinderrechter oordeelt dat hun ontwikkeling ernstig wordt bedreigd als de situatie voortduurt.
Na veroordeling
De zorgen zijn ontstaan nadat de gezinshuisvader was veroordeeld voor een ernstig zedendelict tegen een minderjarige. Hoewel hij vastzit, zou hij volgens de rechtbank nog steeds invloed op het gezin hebben. De gevolgen van zijn veroordeling zouden volgens de rechter dagelijks merkbaar zijn in het huis.
Daarbovenop is er een verdenking tegen een ander gezinslid. Het Openbaar Ministerie verdenkt een 18-jarige van een of meer ernstige zedendelicten waarbij minderjarigen betrokken zouden zijn.
Met de maatregelen stelt de rechtbank de veiligheid van de kinderen voorop. De uithuisplaatsing van de vier kinderen geldt voorlopig voor vier weken. De twee andere kinderen komen onder toezicht van jeugdbescherming te staan.



