Jonge cybercriminelen combineren digitale status met zware misdrijven

Nederland ziet een nieuwe generatie cybercriminelen die steeds jonger wordt en zich bezighoudt met uiteenlopende misdrijven. Digitale status, internationale onlinegroepen en geautomatiseerde aanvallen maken opsporing en vervolging moeilijker.

Cybercriminelen werken achter meerdere computerschermen aan digitale aanvallen
Cybercriminelen werken achter meerdere computerschermen aan digitale aanvallen · Beeld: Netgebeurd (AI-illustratie)

Politie en Openbaar Ministerie zien in Nederland een nieuwe generatie cybercriminelen ontstaan. De daders worden jonger, bewegen zich tussen verschillende vormen van criminaliteit en zijn niet alleen uit op geld. Ook aanzien binnen onlinegroepen speelt een steeds grotere rol.

De ontwikkeling staat in een tweejaarlijkse analyse van cybercrime. Daarin staat dat jongeren al vanaf elf jaar betrokken kunnen zijn bij zware en ontwrichtende criminaliteit. Het gaat onder meer om DDoS-aanvallen, datadiefstal, cryptodiefstal, afpersing en online seksueel misbruik. Ook worden groepen beschreven waarin mensen elkaar aanmoedigen om geweld te plegen en dat live uit te zenden.

Christa de Pagter, landelijk coördinerend officier van justitie voor cybercrime, zegt dat digitale status steeds belangrijker wordt. „In bepaalde onlinegroepen werkt dat allemaal statusverhogend.” Volgens haar lopen verschillende vormen van criminaliteit meer door elkaar dan twee jaar geleden. De betrokkenen werken vaak in wisselende samenstellingen en communiceren voornamelijk in het Engels.

Aanvallen op vitale infrastructuur

De internationale gemeenschap wordt aangeduid als ‘The Hacker Com’. Het gaat om een los netwerk van duizenden personen. Een voorbeeld is NoName057(16), een pro-Russische groep die via een Telegram-kanaal met 60.000 Europese leden uitvoerders werft voor hacks en DDoS-aanvallen. Op een scorebord kunnen deelnemers hun aantal aanvallen bijhouden.

De groep claimde vorig jaar september toegang te hebben gekregen tot een Nederlandse waterzuiveringsinstallatie. Dat bleek een door een cybersecuritybedrijf opgezette lokinstallatie te zijn. De eerste succesvolle hackpoging op Nederlandse vitale infrastructuur vond volgens de analyse in mei plaats bij een aardappelboer. Die aanval had geen gevolgen.

Ook in het buitenland zijn de risico’s zichtbaar. In Noorwegen gingen in april vorig jaar de kleppen van een dam open, waardoor vier uur lang bijna 500 liter water per seconde ontsnapte. In de Verenigde Staten werden vorige maand meerdere waterbedrijven gehackt. Het drinkwater bleef daar veilig.

De opsporing wordt bemoeilijkt doordat daders over landsgrenzen heen werken en aanvallen deels kunnen automatiseren met AI-agents. De Pagter zegt dat wetgeving vooral is ingericht op de fysieke wereld. Zij pleit voor meer internationale samenwerking en roept bedrijven op hun digitale beveiliging te verbeteren. Nadat aanvallers binnen zijn, kunnen zij persoonsgegevens buitmaken die daarna online blijven circuleren. „Dan is het dweilen met de kraan open.”

Lees ook