Shurandy 'Tyson' Q. staat sinds maandag terecht in een omvangrijke strafzaak die op Curaçao wordt gevoerd, maar vanwege veiligheidsmaatregelen in Nederland plaatsvindt. De verdachte zit vast in de Extra Beveiligde Inrichting (EBI) in Vught en volgde de eerste zitting via een videoverbinding.
Het Curaçaose Openbaar Ministerie verdenkt Q. ervan dat hij tussen 2010 en 2020 leiding gaf aan de Antilliaanse bende No Limit Soldiers (NLS). Ook wordt hij verdacht van betrokkenheid bij acht moorden, liquidaties en pogingen tot moord op Curaçao, Sint Maarten en daarbuiten. Een officier van justitie noemde hem eerder de 'Taghi van Curaçao', vanwege zijn vermeende positie binnen de georganiseerde misdaad.
Omvangrijk dossier
De zitting van maandag was een voorbereidende pro-formabehandeling. De inhoudelijke behandeling volgt later. Volgens de verdediging bestaat het dossier uit ongeveer dertien afzonderlijke zaken, naast een hoofddossier en een persoonsdossier. Daarnaast bevat het onderzoek grote hoeveelheden versleutelde communicatie, waarvan het bestuderen maanden kan duren.
Q. werd in juni vanuit Dubai aan Nederland uitgeleverd. Hij wordt bijgestaan door de Nederlandse advocaat Guy Weski, zoon van advocaat Inez Weski. Op Curaçao wordt hij verdedigd door Eldon Peppie Sulvaran en Athena Sulvaran. Q. zelf beriep zich tijdens de zitting op zijn zwijgrecht.
Een belangrijk onderdeel van de beschuldigingen betreft de zogenoemde Hato-shooting in juli 2014. Daarbij werden twee mensen gedood en raakten zeven omstanders gewond. Volgens het OM was Erwin 'Djais' Juliana, een leider van de rivaliserende groep Buena Vista City, het eigenlijke doelwit. Q. en NLS-leider Urvin 'Nuto' Wawoe zouden een beloning van een miljoen gulden hebben uitgeloofd voor zijn dood. Wawoe kreeg vorig jaar levenslang.
Identiteit van gebruikers centraal
Het OM zegt dat in PGP-berichten werd gesproken over doelwitten, geldbedragen en de uitvoering van liquidaties. De aanklager stelde dat er "geen twijfel" bestaat over de identiteit van Q. als gebruiker van de accounts die aan een deel van de verdenkingen worden gekoppeld.
Dat punt speelde ook een rol in een eerdere Nederlandse strafzaak. Q. werd in 2014 vrijgesproken van onder meer de invoer van ruim zes kilo cocaïne, deelname aan een criminele organisatie en de voorbereiding van een moord. De rechtbank vond destijds onvoldoende bewezen dat hij achter de onderschepte digitale communicatie zat.
De huidige zaak gaat over andere feiten, maar de verdediging ziet opnieuw aanleiding om de digitale bewijsvoering nauwkeurig te onderzoeken. Weski vroeg toegang tot de volledige dataset uit het Themis-onderzoek, zodat ook niet-geselecteerde berichten en de context kunnen worden bekeken. Het OM stemde daarmee in.
Q. blijft voorlopig vastzitten. De volgende pro-formazitting staat gepland voor 27 november.



