Ziekenhuizen bekijken hoe vrouwen tussen 22 en 24 weken zwangerschap beter toegang kunnen krijgen tot abortuszorg. Die zorg is wettelijk toegestaan, maar wordt zonder medische noodzaak in de praktijk op weinig plaatsen aangeboden. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd signaleerde in 2022 al een tekort aan beschikbare zorg.
Abortusartsen en gynaecologen werken daarom aan plannen om de zorg beter over het land te spreiden. De discussie heeft ook politieke reacties opgeleverd. ChristenUnie-leider Mirjam Bikker noemt een betere toegang tot abortuszorg tussen 22 en 24 weken een „vreselijke ontwikkeling”. De SGP stelde Kamervragen omdat de partij vreest dat de wettelijke grens daarmee wordt opgerekt.
Grens is gebaseerd op levensvatbaarheid
Tot 24 weken mag een arts een zwangerschap afbreken als sprake is van een noodsituatie. De wet bepaalt niet rechtstreeks dat 24 weken de grens is. Abortus is verboden zodra een foetus buiten de baarmoeder kan overleven. Het ministerie van Volksgezondheid bepaalde in 1984 in een toelichting dat dit destijds vanaf 24 weken mogelijk werd geacht.
Volgens Martin Buijsen, hoogleraar recht en gezondheidszorg aan de Erasmus Universiteit, was de grens een politiek compromis tussen de belangen van de zwangere en het ongeboren kind. De medische mogelijkheden zijn sindsdien toegenomen. In Zweden en Japan wordt soms vanaf 22 weken intensieve zorg aan extreem vroeggeboren baby’s gegeven, in België vanaf 23 weken. Nederland houdt de grens voor die behandeling op 24 weken.
In een toelichting bij de richtlijn voor de behandeling van vroeggeborenen worden mogelijke juridische knelpunten genoemd als een van de redenen om die grens niet te verlagen. Ook een tekort aan capaciteit en personeel en de grotere kans dat het misgaat vóór 24 weken spelen een rol.
Die situatie zorgt volgens Buijsen en foetaal specialist Joanne Verweij voor een juridisch probleem. „De kindergeneeskunde en de abortuspraktijk houden elkaar in een ongezonde houdgreep”, zegt Buijsen. Zij pleiten ervoor om levensvatbaarheid uit de abortuswet te halen en de grens van 24 weken afzonderlijk vast te leggen.
Weinig meldingen na 24 weken
Na 24 weken is een zwangerschapsafbreking alleen toegestaan bij een medische noodzaak. Artsen moeten die ingreep melden. In ingewikkelde gevallen, bijvoorbeeld wanneer een foetus waarschijnlijk kan overleven maar ernstig en uitzichtloos zal lijden, beoordeelt de commissie Late Zwangerschapsafbreking de melding.
Gynaecoloog Verweij zegt dat artsen daardoor terughoudend zijn. „Op papier is het allemaal goed geregeld na die 24 weken, maar in de praktijk niet”, zegt zij. In 2025 kwamen bij de commissie slechts drie meldingen binnen. Volgens Verweij gaan vrouwen met complexe medische situaties daarom soms naar het buitenland. Concrete cijfers zijn er niet, maar zij schat dat het om enkele vrouwen per academisch centrum per jaar gaat.



