Een mogelijk verbod op zes PFAS-houdende bestrijdingsmiddelen is op te vangen in de consumptieaardappelteelt. Onderzoek van adviesbureau CLM, uitgevoerd in opdracht van koepelorganisatie van drinkwaterbedrijven Vewin, wijst wel op problemen bij de bestrijding van Alternaria.
Het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) beoordeelt of de zes middelen verboden moeten worden. De stoffen kunnen in de bodem afbreken tot TFA, een zeer kleine PFAS-verbinding die moeilijk afbreekt, in grondwater kan belanden en zich daar kan ophopen. TFA is mogelijk schadelijk voor de voortplanting.
Waterbedrijf Groningen ziet de hoeveelheid PFAS-middelen in oppervlaktewater toenemen, onder meer in de Drentse Aa. Die rivier is een bron voor het drinkwater in de stad Groningen. Het waterbedrijf pleit daarom voor een volledig verbod op pesticiden met PFAS.
Weinig alternatieven tegen bladvlekkenziekte
Aardappeltelers vrezen dat zij zonder een breed pakket aan bestrijdingsmiddelen minder goed ziekten kunnen aanpakken. Er zijn momenteel 25 PFAS-pesticiden beschikbaar. De zes middelen die nu worden onderzocht, vormen de eerste groep waarvoor een besluit wordt voorbereid.
CLM-onderzoeker Peter Leendertse stelt dat een verbod op deze zes stoffen de gewasbescherming niet stillegt. "Mocht er een verbod komen op de zes PFAS-pesticiden die nu onder de loep liggen, dan blijft de gewasbescherming in de consumptieaardappelteelt nog wel gewoon uitvoerbaar."
De grootste zorg betreft Alternaria, ook bekend als bladvlekkenziekte. De schimmel veroorzaakt bruine vlekken op aardappelbladeren en kan de opbrengst verlagen. Drie van de zes onderzochte PFAS-stoffen worden tegen deze ziekte gebruikt.
Als die middelen verdwijnen, blijven er volgens Leendertse weinig chemische mogelijkheden over. Afwisseling is nodig om te voorkomen dat schimmels ongevoelig worden voor de middelen die nog wel zijn toegelaten. "Als je te weinig opties overhoudt, wordt zo'n schimmel resistent tegen de middelen die wél mogen. En dan heb je een probleem."
Meer nadruk op preventie
CLM adviseert telers om sterker te werken met Integrated Crop Management. Daarbij ligt de nadruk eerst op het voorkomen van ziekten, bijvoorbeeld met resistente rassen en een gezonde bodem. Daarna volgen biologische en mechanische maatregelen, terwijl chemische bestrijding pas als laatste optie wordt ingezet.
Een verbod op alle 25 PFAS-houdende middelen zou grotere gevolgen hebben. Dan kunnen ook bij de aanpak van andere aardappelziekten knelpunten ontstaan. Het Ctgb verwacht uiterlijk in 2028 een definitief besluit over de eerste zes stoffen.



