Een defecte elektriciteitsleiding buiten Washington heeft deze week voor spanningsschommelingen gezorgd op een groot deel van het Amerikaanse stroomnet van PJM. Meer dan 3 gigawatt aan datacentercapaciteit stopte vrijwel gelijktijdig met het afnemen van stroom en schakelde over op noodvoorzieningen.
De storing leidde niet tot een stroomuitval, maar lampen flikkerden in een gebied dat zich uitstrekte van Noord-Virginia tot Chicago. PJM beheert het elektriciteitsnet van New Jersey tot Illinois en bedient 67 miljoen afnemers.
Toen de leiding uitviel, daalde de spanning kortstondig. Datacenters in Noord-Virginia reageerden daarop door binnen ongeveer 30 seconden over te schakelen op back-upstroom. Daardoor verdween 3,1 gigawatt aan elektriciteitsvraag van het net.
Kort daarna vielen nog meer grote afnemers weg. Op het hoogtepunt was er 3,49 gigawatt meer elektriciteit beschikbaar op het net dan nodig was. Het duurde nog eens 11 minuten voordat het systeem weer stabiel was. De losgekoppelde datacenters vertegenwoordigden op dat moment ongeveer 3 procent van de totale vraag op het PJM-net.
Vraag en aanbod moeten gelijk blijven
Een stroomnet moet productie en verbruik vrijwel voortdurend in balans houden. Als de vraag plotseling sterk daalt, ontstaat een overschot aan elektriciteit en kan de spanning oplopen. Bij te grote afwijkingen kunnen beveiligingssystemen verdere installaties uitschakelen.
Ricardo de Azevedo, technisch directeur van energiebedrijf ON.Energy, noemt het incident een waarschuwing voor de snelle groei van datacenters. "It’s the canary in the coal mine", zegt hij. Vooral Noord-Virginia is kwetsbaar, omdat daar de grootste concentratie datacenters ter wereld staat.
Ali Zain Banatwala, specialist in marktmodellen bij de Independent Electricity System Operator, zegt dat grote stroomverbruikers die dicht bij elkaar staan niet allemaal tegelijk zouden moeten af- of aankoppelen. Een gefaseerde aanpak geeft netbeheerders meer ruimte om op een storing te reageren.
Batterijen als buffer
Een mogelijke oplossing is datacenters uitrusten met systemen die schommelingen tijdelijk opvangen. ON.Energy ontwikkelt daarvoor grote ononderbroken stroomvoorzieningen met batterijen en vermogenselektronica voor complete datacentercampussen, inclusief koeling en andere apparatuur.
Zo'n systeem kan overtollige elektriciteit opslaan als de spanning stijgt en batterijstroom leveren wanneer de aanvoer terugloopt. Het bedrijf installeert naar eigen zeggen in totaal 3 gigawatt van deze systemen op vier datacentercampussen. Netbeheerder ERCOT wil grote afnemers zoals datacenters bovendien verplichten om kortdurende storingen op te vangen zonder direct van het net te gaan.
Een vergelijkbaar incident in 2024 betrof 60 datacenters en 1,5 gigawatt aan weggevallen vraag. Datacenters gebruikten toen ongeveer 6 procent van de PJM-belasting. Naar verwachting loopt dat aandeel in 2040 op tot 24 procent.



