OpenCode 2.0 is verschenen met een groot aantal wijzigingen voor ontwikkelaars die AI-agents gebruiken om software te bouwen. De belangrijkste vernieuwingen zijn een centrale lokale server, een volledig vernieuwde API, ondersteuning voor achtergrondtaken en een systeem waarmee agents meerdere tools in één script kunnen combineren.
Eén centrale service
De server van OpenCode draait in versie 2.0 automatisch als één achtergrondproces op de computer. De terminalinterface, webomgeving en desktopapplicatie gebruiken daardoor dezelfde service en kunnen dezelfde sessies benaderen. Ook programmatische clients kunnen de lokale service automatisch vinden. Via de opdrachtregel of een koppelingsfunctie kan de service bovendien beschikbaar worden gemaakt voor andere apparaten en toepassingen.
De API is opnieuw opgebouwd op basis van uiteenlopende gebruikssituaties uit de dagelijkse praktijk. OpenCode kan de eigen API gebruiken voor taken zoals het verplaatsen van een sessie naar een nieuwe Git-werkomgeving. Met het nieuwe pakket @opencode/client kunnen ontwikkelaars clients maken voor onder meer JavaScript en Effect.
Code mode en achtergrondwerk
OpenCode 2.0 bevat een JavaScript-interpreter in het pakket @opencode/codemode. Die zet MCP-servers en OpenAPI-eindpunten om in functies die een agent vanuit een script kan aanroepen. Daardoor kan een agent bijvoorbeeld de uitkomst van de ene tool verwerken en direct doorgeven aan een andere tool, zonder voor elke stap een afzonderlijke ronde met de server nodig te hebben.
MCP-servers gebruiken code mode standaard. Volgens de makers moet dat het mogelijk maken om veel servers toe te voegen zonder dat de beschikbare context snel volloopt. De agent kan vervolgens zelf de benodigde functies vinden en combineren.
Agents kunnen in versie 2.0 werk uitbesteden aan achtergrondsubagents, eventueel met een ander model. Ook shellopdrachten kunnen asynchroon draaien. Langdurige processen blokkeren daardoor de hoofdagent niet en blijven beschikbaar totdat ze klaar zijn. Lopende taken kunnen handmatig naar de achtergrond worden verplaatst.
Plugins en SDK
Het pluginsysteem is uitgebreid tot meer dan 80 interne plugins. TUI-plugins, voor de terminalinterface, hebben de status stabiel gekregen. Plugins kunnen bovendien tijdens een sessie opnieuw worden geladen, zodat OpenCode een nieuwe plugin direct kan gebruiken.
Met @opencode/sdk is OpenCode ook als bibliotheek inzetbaar. Ontwikkelaars kunnen daarmee een eigen variant maken voor servers of omgevingen zoals Durable Objects. Bij de overstap zijn er wel brekende wijzigingen: plugins uit versie 1.0 werken niet in versie 2.0, de server-API is aangepast en de configuratie verhuist van tui.json naar json.



