Japan lanceert maandagavond vanaf een klein zuidelijk eiland de Mars Moons Exploration-missie, kortweg MMX. De missie gaat naar Phobos, de binnenste en grootste van de twee kleine manen van Mars. Voor het eerst moet een rover over het oppervlak van deze maan rijden.
De Japanse ruimtevaartorganisatie wil met de missie onderzoeken hoe Phobos is ontstaan. Wetenschappers houden rekening met twee mogelijkheden: de maan kan zijn gevormd uit puin na een grote botsing, vergelijkbaar met de ontstaansgeschiedenis van de aarde en haar maan. Een andere mogelijkheid is dat Phobos oorspronkelijk een los rotsblok was dat door de zwaartekracht van Mars werd ingevangen.
Ook Deimos, de tweede maan van Mars, kan volgens die scenario’s zijn ontstaan. Onderzoek van materiaal uit Phobos moet helpen om tussen de verklaringen onderscheid te maken. De resultaten kunnen daarnaast meer duidelijk maken over de verspreiding van materie in het jonge zonnestelsel.
Rover Idéfix
De MMX-missie doet ongeveer een jaar over de reis naar Phobos. Een satelliet komt eerst in een baan rond de maan en verzamelt daar gegevens. Ook zoekt de satelliet naar een geschikte plek om de kleine rover Idéfix neer te zetten, die is ontwikkeld door de Franse en Duitse ruimtevaartorganisaties.
Idéfix weegt 23 kilo en is vernoemd naar het hondje uit de stripreeks Asterix. De rover krijgt te maken met een lastig terrein. Phobos heeft een doorsnede van 22 kilometer en daardoor een zeer zwakke zwaartekracht. De maan is bovendien niet rond, maar heeft een onregelmatige vorm die aan een aardappel doet denken.
Door de geringe zwaartekracht is het moeilijk om de rover over het oppervlak te laten rijden. Idéfix is daarom zo ontworpen dat hij zichzelf kan oprichten als hij tijdens een manoeuvre omvalt. Tijdens de rit onderzoekt het voertuig de bodem en het oppervlak van Phobos.
Daarna moet de MMX-satelliet zelf op de maan landen. Hij verzamelt ongeveer 10 gram gesteente en stof en vertrekt vervolgens terug naar de aarde. De aankomst staat gepland voor 2031. De rover blijft achter op Phobos, terwijl de satelliet het verzamelde materiaal meeneemt voor onderzoek in aardse laboratoria.



