Real Madrid heeft zaterdag met moeite gewonnen van Espanyol. De landskampioen keek na de gelijkmaker lang tegen puntenverlies aan, maar invaller Carlos Espí maakte in de 90ste minuut alsnog de 1-2. Daarmee bezorgde de 21-jarige aanvaller zijn ploeg de overwinning in de eerste competitiewedstrijd van het seizoen.
Denzel Dumfries begon bij Real Madrid in de basis aan zijn officiële debuut. De Nederlandse rechtervleugelverdediger kreeg in de tweede helft een kans om zijn optreden op te luisteren met een doelpunt. Zijn schot na een aanvallende actie werd echter geblokt. Kort daarna ontstond uit de daaropvolgende hoekschop een mogelijkheid voor Jude Bellingham, maar de doelman van Espanyol tikte diens inzet via de lat over.
Real Madrid bleef vervolgens aandringen. Federico Valverde schoot in de 78ste minuut centimeters naast, waarna trainer José Mourinho ingreep. Dumfries werd twee minuten later vervangen door Trent Alexander-Arnold. Ook Bernardo Silva verliet het veld, terwijl Carlos Espí en Eduardo Camavinga hun opwachting maakten.
Espanyol had de score in de eerste helft geopend via Alex Calatrava. Real Madrid kwam nog voor rust op gelijke hoogte dankzij Bellingham. In het laatste kwartier kreeg de ploeg van Mourinho de controle steeds meer in handen, maar de winnende treffer bleef lange tijd uit. Espí maakte daar vlak voor tijd een einde aan. In de resterende minuten hield Real Madrid stand.
Eerste wedstrijd onder Mourinho
De wedstrijd betekende ook de terugkeer van Mourinho als trainer van Real Madrid. De 63-jarige Portugees stond tussen 2010 en 2013 al drie seizoenen aan het roer bij de Spaanse club.
Dumfries maakte deze zomer de overstap van Internazionale, waar hij vijf jaar speelde. Real Madrid betaalde 20 miljoen euro voor de verdediger. Eerder kwam de 30-jarige international uit voor Sparta, sc Heerenveen en PSV. Sparta haalde hem op 18-jarige leeftijd weg bij de amateurs van VV Barendrecht. Dumfries is de negende Nederlander die voor Real Madrid speelt.



