Raad van State vindt VVD-voorstel voor boa-hoofddoekverbod onvoldoende onderbouwd

De Raad van State vindt dat het VVD-voorstel om religieuze uitingen bij buitengewoon opsporingsambtenaren te verbieden onvoldoende is gemotiveerd. De partij moet het voorstel beter onderbouwen of intrekken.

Handhavers houden toezicht op een plein in een Nederlandse stad
Handhavers houden toezicht op een plein in een Nederlandse stad · Beeld: Netgebeurd (AI-illustratie)

De Raad van State heeft kritiek op het wetsvoorstel van de VVD om religieuze uitingen bij buitengewoon opsporingsambtenaren, zoals een hoofddoek, te verbieden. Volgens het adviesorgaan is niet voldoende uitgelegd waarom zo’n verbod nodig is. De VVD moet het voorstel daarom beter motiveren of intrekken.

De Raad van State is het belangrijkste adviesorgaan van de regering over wetgeving. Het orgaan beoordeelt onder meer of een wetsvoorstel goed is onderbouwd en uitvoerbaar is. Het advies over het VVD-initiatief is maandag openbaar gemaakt.

Onvoldoende aangetoond

In het voorstel ontbreekt volgens de Raad van State onder meer bewijs dat religieuze uitingen bij boa’s in de praktijk tot problemen leiden. Daarmee is volgens het adviesorgaan onvoldoende duidelijk welk concreet probleem het verbod moet oplossen.

De VVD wil met het voorstel voorschrijven dat boa’s tijdens hun werkzaamheden geen zichtbare religieuze uitingen mogen dragen. Het gaat daarbij onder meer om een hoofddoek. De partij koppelt het verbod aan de neutraliteit van handhavers, maar de Raad van State vindt dat de noodzaak daarvan uitgebreider moet worden toegelicht.

Een advies van de Raad van State is niet bindend. De initiatiefnemers kunnen het wetsvoorstel aanpassen en opnieuw indienen, maar kunnen er ook voor kiezen het voorstel niet voort te zetten. De VVD moet in dat geval bepalen of zij de bezwaren van het advies kan wegnemen.

Het advies betekent niet dat het voorstel automatisch van tafel is. Wel legt het de verantwoordelijkheid bij de VVD om duidelijker te onderbouwen waarom een algemeen verbod nodig is en welke problemen ermee worden voorkomen. Zolang die onderbouwing ontbreekt, blijft onduidelijk of het voorstel de volgende fase van de wetgevingsprocedure kan doorlopen.

Lees ook