Coos Huijsen is op 87-jarige leeftijd overleden na een kort ziekbed. Zijn familie heeft dat bekendgemaakt. Huijsen werd in 1976 de eerste parlementariër ter wereld die openlijk voor zijn homoseksualiteit uitkwam.
Hij zat in de jaren zeventig twee korte periodes in de Tweede Kamer. Eerst was hij lid van de Christelijk-Historische Unie, later keerde hij als onafhankelijk parlementariër terug. Na de verkiezingen van 1977 werd hij lid van de PvdA, maar hij nam daarna niet opnieuw plaats in de Kamer.
Doorbraak in 1976
Huijsen kwam in juni 1972 via opvolging voor de CHU in de Tweede Kamer. Nadat hij met de partij had gebroken, besloot hij uit de kast te komen. Een oproep van het COC speelde daarbij een belangrijke rol. Ook hielp het dat hij op dat moment geen parlementariër meer was en op een niet-christelijke school kon gaan werken.
In 1976 keerde Huijsen terug in de Kamer als onafhankelijk lid. Zijn partner Lank Bos was aanwezig bij de beëdiging. Pas tientallen jaren later ontdekte Huijsen dat hij daarmee een internationale primeur had behaald. De Amerikaanse politicoloog Andrew Reynolds wees hem daar in 2013 op tijdens onderzoek naar lhbti-politici.
Huijsen beschreef zijn leven en politieke loopbaan in het boek Homo politicus, dat in 2016 verscheen. Bij de presentatie ontving hij de Frans Banninck Cockpenning van de Amsterdamse burgemeester Eberhard van der Laan. Een jaar later werd hij benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau.
Inzet voor emancipatie en geschiedenis
Na zijn vertrek uit de politiek bleef Huijsen maatschappelijk actief. Hij was rector van het Gerrit van der Veencollege in Amsterdam, voorzitter van verschillende organisaties voor homo-emancipatie en oprichter van het Blauwe Fonds. Ook zette hij zich in tegen apartheid en discriminatie.
Huijsen maakte zich de laatste jaren steeds meer zorgen over de staat van de homo-emancipatie. Hij zag volgens zijn omgeving dat acceptatie onder druk kwam te staan en vond dat politiek en samenleving de verworvenheden te vaak als vanzelfsprekend beschouwden.
Op latere leeftijd richtte Huijsen zich vooral op geschiedenis, de Nederlandse democratie en de monarchie. Hij schreef onder meer De Oranjemythe en publiceerde een boek over koningin Beatrix. Ook was hij regelmatig op radio en televisie te zien als kenner van het Nederlandse koningshuis.
Huijsen en Bos bleven ruim vijftig jaar samen. Huijsen woonde lange tijd in Amsterdam en bleef zich daar inzetten voor de zichtbaarheid en rechten van lhbti-personen.



