Het kabinet maakt binnen 18 maanden in het hele land extra woonruimte beschikbaar voor statushouders, starters op de woningmarkt en gescheiden mensen. Zij kunnen terecht in nieuwe flexwoningen, voormalige kantoorpanden en woningen waar meerdere woningzoekenden samenwonen.
De ministers Bart van den Brink van Asiel en Migratie, Elanor Boekholt-O’Sullivan van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en Thierry Aartsen van Werk en Participatie hebben hierover afspraken gemaakt met provincies, gemeenten en woningcorporaties. Het kabinet wil voor het tijdelijke project, dat anderhalf jaar duurt, extra geld uittrekken. Het bedrag staat nog niet vast. Eerst worden per regio concrete afspraken gemaakt over de uitvoering.
Minstens 20 procent van statushouders
Gemeenten worden verplicht om ten minste 20 procent van de aan hen toegewezen statushouders onder te brengen in de nieuwe woonvormen. Daardoor moeten meer reguliere sociale huurwoningen beschikbaar blijven voor andere woningzoekenden.
Met flexwoningen en gezamenlijke huisvesting is in verschillende gemeenten al geëxperimenteerd. Het Rijk gaat gemeenten helpen bij de realisatie van de woningen. Woningcorporaties krijgen de taak om mee te werken aan de bouw, verbouwing en het beheer van de locaties.
De maatregel moet ook helpen om statushouders sneller uit asielzoekerscentra te laten vertrekken. Asielzoekers die een verblijfsvergunning hebben gekregen, wachten daar nu vaak op woonruimte. Het tekort aan sociale huurwoningen maakt die doorstroom moeilijk.
Het plan is onderdeel van een tijdelijke aanpak om de druk op de sociale huursector te verminderen. Het kabinet presenteerde eerder al het Actieplan Versnellen Woningbouw, met 50 maatregelen om de bouw te versnellen.
De vorige regering wilde de wettelijke verplichting voor gemeenten om statushouders te huisvesten afschaffen. Het kabinet-Jetten trok dat wetsvoorstel in. In plaats daarvan werkt het aan een voorstel dat voorrang voor statushouders bij woningen verbiedt.
Van den Brink wil daarnaast de instroom van asielzoekers beperken en terugkeer versnellen. Hij werkt met andere Europese landen aan zogenoemde terugkeerhubs, zoals afgesproken in het Europees Asiel- en Migratiepact.



