De meer dan 100.000 leden van PRO spreken zich vrijdag uit over de Europese partijfamilie van de partij. Zij kunnen kiezen voor de Partij van Europese Socialisten (PES), de familie waarbij de PvdA is aangesloten, of voor de European Green Party (EGP), de Europese koepel van de groenen.
De partijleiding heeft al een voorkeur uitgesproken voor de PES. Partijleider Jesse Klaver en andere bestuurders vinden dat PRO daar in Europa meer invloed kan uitoefenen. Vrijdagmiddag wordt duidelijk of de leden dat advies overnemen. Op dezelfde dag kiezen zij ook een nieuwe partijvoorzitter.
Verzet tegen voorkeurskeuze
Binnen PRO is de keuze omstreden. Kritische leden vinden dat de standpunten van de groenen over onder meer klimaat en diversiteit beter aansluiten bij de nieuwe partij. Zij vinden bovendien dat het bestuur met zijn advies te veel invloed heeft uitgeoefend op de ledenstemming.
„De EGP is tegengewerkt”, zegt Pieta Vis, campagnevoerder van PRO Groen. Volgens haar was er geen sprake van een gelijk speelveld. Zo zou een brief van de EGP aan de leden niet iedereen hebben bereikt.
De stemming is een gevolg van de fusie tussen GroenLinks en PvdA. De vier Europarlementariërs die in 2024 namens GroenLinks zijn gekozen, maken deel uit van de fractie van de Groenen. De vier gekozen PvdA’ers zitten bij de sociaaldemocraten. Die verdeling blijft bestaan tot de Europese verkiezingen van 2029.
PRO kiest nu niet voor een fractie, maar voor een Europese partijfamilie. Door gewijzigde regels mag een partij niet langer tegelijk lid zijn van twee families. Daarom moet PRO uiterlijk eind oktober vastleggen waar het zich bij aansluit.
Verschillen binnen Europese families
De keuze kan gevolgen hebben voor de positie van de acht Europarlementariërs. Een deel van hen blijft dan werken binnen een fractie die niet bij de Europese familie van PRO hoort. Dat kan hun kansen op invloedrijke functies en belangrijke dossiers verkleinen.
Ook inhoudelijk zijn er verschillen tussen de twee families, vooral op het gebied van migratie en klimaat. Die tegenstellingen zijn in Europa groter dan in Nederland. Zo werkt de Deense sociaaldemocratische premier Mette Frederiksen op migratiegebied samen met de Italiaanse premier Giorgia Meloni, terwijl GroenLinks-Europarlementariër Tineke Strik zich in Brussel juist kritisch opstelt tegenover dat beleid.
Binnen PRO bestaat de verwachting dat het lastig wordt om die verschillen te overbruggen. Groene Europarlementariërs vinden dat het inhoudelijke debat hierover tot nu toe nauwelijks is gevoerd.



