De politie gaat een deel van de aangiften en meldingen uit 2024 die nog niet zijn behandeld opnieuw beoordelen. Het gaat in elk geval om alle aangiften voor moord, doodslag en pogingen daartoe, en om ernstige zedendelicten.
De Tweede Kamer had minister van Justitie en Veiligheid David van Weel eind september gevraagd om alle ruim 10.000 onbehandelde zaken opnieuw te laten bekijken. Dat blijkt niet haalbaar. Een volledige herbeoordeling zou ertoe kunnen leiden dat nieuwe aangiften later worden opgepakt. Ook kan daardoor de afhandeling van rechtszaken en de uitvoering van straffen vertraging oplopen.
Daarom begint de politie met de zwaarste zaken. Voor de overige aangiften wordt een „representatieve selectie” gemaakt. Hoeveel zaken in totaal opnieuw worden beoordeeld, is nog niet bekend.
Verschil in cijfers over achterstand
De omvang van de achterstand leidde eerder tot politieke kritiek op Van Weel. De minister zei aanvankelijk dat ongeveer de helft van de ruim 10.000 zaken uit meldingen bestond en niet uit aangiften. De Algemene Rekenkamer stelde dat beeld in een rapport uit september bij: volgens de rekenkamer was slechts 10 procent een melding.
Volgens de Rekenkamer had Van Weel de Tweede Kamer daardoor op het verkeerde been gezet. Na een uitgebreid debat bood de minister zijn excuses aan.
Inmiddels hebben het ministerie, de politie, het Openbaar Ministerie en de Algemene Rekenkamer overleg gevoerd over de cijfers. Van Weel schrijft dat die cijfers nu zijn „geharmoniseerd”, waardoor de betrokken organisaties dezelfde aantallen hanteren.
In 2024 bleven 9.063 aangiften onbehandeld. Daarnaast waren er 1.041 meldingen over zaken waarvoor geen aangifte was gedaan. Samen gaat het om 10.104 zaken.



