Het kabinet-Jetten wil in 2027 668 miljoen euro extra uittrekken voor onderwijs. Dat staat in de gelekte begroting. Een groot deel van het bedrag is bedoeld om bezuinigingen terug te draaien die het vorige kabinet had aangekondigd, vooral in het hoger onderwijs en bij regelingen voor kinderen met onderwijsachterstanden.
Daarnaast komt er extra geld voor wetenschappelijk onderzoek en praktijkgericht onderzoek in het beroepsonderwijs. Ook wordt geïnvesteerd in de ontwikkeling van een nieuwe nationale supercomputer en in een R&D-centrum voor de Einstein Telescope. Voor kennisveiligheid en cyberweerbaarheid is eveneens geld gereserveerd bij universiteiten, hogescholen, ziekenhuizen en de wetenschapsinstituten KNAW en NWO.
Investeringen in leraren
De begroting bevat ook maatregelen om het tekort aan onderwijspersoneel aan te pakken. Minister Rianne Letschert van Onderwijs en staatssecretaris Judith Tielen willen op termijn jaarlijks 346 miljoen euro beschikbaar stellen voor de bijscholing van onderwijspersoneel. In 2027 wordt daarvoor nog een beperkter bedrag uitgetrokken: 3,7 miljoen euro voor het primair onderwijs en 2,3 miljoen euro voor het voortgezet onderwijs.
Verder komt vanaf 2027 structureel geld beschikbaar om zij-instroom in het onderwijs aantrekkelijker te maken. Daarvoor is in 2027 79,3 miljoen euro begroot. Vanaf 2028 loopt dat bedrag op naar 88,1 miljoen euro.
De basisbeurs voor uitwonende studenten wordt met 50 euro verhoogd. Die verhoging gaat niet in 2027, maar pas in 2028. Daarmee neemt het kabinet een maatregel over die eerder al was aangekondigd.
De extra onderwijsuitgaven volgen op plannen van het vorige kabinet om op verschillende onderdelen te besparen. Vooral de bezuinigingen op het hoger onderwijs leidden tot kritiek van onderwijsinstellingen en onderzoekers. Met de nieuwe begroting worden meerdere van die ingrepen geheel of gedeeltelijk teruggedraaid.



