Het kabinet heeft nog geen concreet plan voor de compensatie van chronisch zieken en gehandicapten. De Tweede Kamer debatteert over de zorgbegroting, terwijl eind dit jaar een eerste zorgbezuiniging wordt voorgelegd. Binnen een maand moet staatssecretaris Eerenberg (Fiscaliteit) met een voorstel komen.
De grootste onzekerheid gaat over de belastingaftrek voor zorgkosten. Werkenden kunnen daarmee kosten voor onder meer steunzolen, woningaanpassingen en prothesen aftrekken van hun belastbaar inkomen. Voor Bo Rijvers, die in een rolstoel zit, levert de regeling jaarlijks een voordeel van 2000 tot 3000 euro op.
Het kabinet wil de regeling vanaf 2028 beëindigen. In het coalitieakkoord staat dat de aftrek te ingewikkeld is en niet altijd terechtkomt bij mensen die chronisch ziek zijn of een beperking hebben. Van de 500 miljoen euro die het schrappen moet opleveren, is 350 miljoen gereserveerd voor een nieuwe compensatieregeling voor mensen met een laag inkomen.
Onzekerheid over stapeling van maatregelen
Een verdelingsplan voor die 350 miljoen euro is er nog niet. "We zijn er nog op aan het studeren", zei Eerenberg. Hij verwacht dat het bedrag voldoende is als alleen mensen worden geholpen die de compensatie financieel echt nodig hebben. De groep die voor de nieuwe regeling in aanmerking komt, zou daardoor kleiner worden.
In de Tweede Kamer bestaat brede zorg over de gevolgen van meerdere maatregelen tegelijk. Zo wordt een eigen bijdrage voor wijkverpleging ingevoerd, gaat het eigen risico omhoog en verdwijnt huishoudelijke hulp uit de Wet maatschappelijke ondersteuning. Het Nibud berekende eerder dat sommige mensen daardoor honderden euro's per maand kunnen verliezen.
Een ruime meerderheid van de Kamer vroeg het kabinet al om te onderzoeken of de zorgkostenaftrek behouden kan blijven voor mensen die daadwerkelijk chronisch ziek of gehandicapt zijn. ChristenUnie-fractieleider Bikker zei dat mensen met hogere zorgkosten niet onevenredig voor de bezuinigingen mogen opdraaien. Pro-Kamerlid Julian Bushoff vindt dat de onzekerheid te lang duurt.
Naast het directe belastingvoordeel kan het schrappen van de aftrek ook gevolgen hebben voor de hoogte van toeslagen. Rijvers zegt dat hij vooral last heeft van het gebrek aan duidelijkheid. Als de Kamer het voorstel niet steunt, kunnen partijen proberen de maatregel uit het Belastingplan te halen. De huidige aftrek zou dan zeker tot en met 2028 blijven bestaan.



