Minister van Defensie Yeşilgöz zegt dat er in Nederland vaker Russische sabotage plaatsvindt dan naar buiten komt. De overheid houdt informatie daarover bewust achter, omdat Rusland anders meer inzicht krijgt in de kennis en werkwijze van Nederlandse diensten.
Yeşilgöz noemde als voorbeeld een hack van verkeerscamera's. Russische hackers zouden die hebben gebruikt om bewegingen van Nederlandse troepen te volgen. Volgens de minister zijn er meer incidenten die niet openbaar zijn gemaakt. De AIVD en MIVD zouden Nederland bovendien regelmatig voor ernstigere dreigingen behoeden.
Experts pleiten voor openheid
De terughoudendheid van het kabinet leidt tot kritiek van veiligheidsexperts. Rob de Wijk, directeur van denktank HCSS, vindt dat de overheid zo veel mogelijk informatie moet delen. "Ik ben een groot voorstander van zo veel mogelijk op straat gooien", zei hij.
De Wijk sprak tijdens een rondetafelgesprek met Tweede Kamerleden over desinformatiecampagnes. Hij noemt die campagnes een vorm van sabotage, omdat ze volgens hem politieke besluitvorming binnen en tussen landen kunnen beïnvloeden. Meer openheid zou volgens hem ook laten zien dat de inlichtingendiensten zicht hebben op de dreiging en daartegen optreden.
Jelle Postma, directeur van Justice for Prosperity en voormalig medewerker van de AIVD en de NCTV, zegt dat Russische sabotage vaak digitaal plaatsvindt. Hij wijst onder meer op de hack van de Nederlandse politie, waarbij gegevens van politiemedewerkers werden buitgemaakt. Ook zouden Russische trollenlegers op sociale media verdeeldheid versterken met desinformatie, bijvoorbeeld over asielzoekers.
Volgens Postma vindt sabotage ook buiten het internet plaats. Hij noemt twee minderjarige Nederlandse jongens die vorig jaar zouden zijn geronseld om met een wifi-sniffer langs internationale organisaties in Den Haag te lopen. Ook werden tijdens een bijeenkomst in Amsterdam pro-Russische leuzen geroepen. Volgens Postma zijn zulke acties bedoeld om onrust in de samenleving te vergroten.
Meer feiten nodig
Bij sommige incidenten is een Russische betrokkenheid niet vastgesteld. Dat geldt volgens de experts onder meer voor een brand in de Schipholtunnel rond de NAVO-top in Den Haag en voor drones die bij militaire vliegvelden werden gezien.
Bart van den Berg, veiligheidsonderzoeker bij instituut Clingendael, waarschuwt dat het gebrek aan openbare feiten ruimte laat voor speculatie. Hij wil dat het kabinet meer richting geeft aan het debat. Postma benadrukt tegelijk dat informatie delen niet tot extra angst mag leiden zonder burgers te vertellen wat zij zelf kunnen doen.



