Elburg, Neder-Betuwe en West Betuwe komen onder strenger toezicht omdat zij volgens de spreidingswet te weinig opvangplekken voor asielzoekers aanbieden. Asielminister Bart van den Brink heeft de drie Gelderse gemeenten toegevoegd aan de landelijke toezichtlijst.
Op die lijst staan nu 74 gemeenten. Dat waren er eerder 63. De gemeenten moeten de minister laten zien hoe zij alsnog aan hun wettelijke opgave gaan voldoen.
Toezicht wordt uitgebreid
De drie gemeenten zijn onder zogenoemd actief toezicht geplaatst. Daarmee gaan zij van fase 2 naar fase 3 binnen de uitvoering van de spreidingswet. In deze fase neemt de druk op gemeenten toe, maar is nog geen sprake van gedwongen opvang.
Als gemeenten na het actieve toezicht nog steeds onvoldoende opvangplekken beschikbaar stellen, kan de overheid uiteindelijk zelf opvang regelen. De kosten daarvan komen dan voor rekening van de betreffende gemeente.
De toezichtlijst werd eerder al uitgebreid met Buren, Heumen, Oude IJsselstreek, Scherpenzeel en Voorst. Ook Culemborg, Aalten, Bronckhorst, Hattem, Maasdriel, Oldebroek en Overbetuwe staan op de lijst.
Zes fases in de spreidingswet
De spreidingswet werkt met zes fases. In die stappen wordt vastgesteld of gemeenten voldoende opvangplekken mogelijk maken. Een latere fase kan ertoe leiden dat een gemeente verplicht wordt om opvang te organiseren.
De huidige maatregel voor Elburg, Neder-Betuwe en West Betuwe betekent dus nog niet dat zij gedwongen opvang opgelegd krijgen. Wel moeten de gemeenten concreet aangeven welke maatregelen zij nemen om alsnog aan hun opvangtaak te voldoen.



