Ambtenaren moeten een opdracht weigeren als die betrekking heeft op evident onrechtmatig beleid, betogen Wytze Schaap en Bas Schotel van de Universiteit van Amsterdam. Die plicht geldt wanneer bijvoorbeeld de juridische afdeling van een ministerie al heeft vastgesteld dat een plan bij de rechter geen stand houdt, maar een bewindspersoon het toch wil uitvoeren.
De onderzoekers beschrijven hun standpunt in het juridische tijdschrift Ars Aequi. Zij willen duidelijk maken dat het weigeren van zo'n opdracht niet alleen een persoonlijke of morele afweging is. Volgens hen volgt de verplichting om niet mee te werken in belangrijke mate uit het recht.
Schotel zegt dat ambtenaren zich op die juridische plicht kunnen beroepen als zij een opdracht niet uitvoeren. "We willen hiermee laten zien dat de ambtenaren bescherming krijgen in het recht." Het gaat volgens hem niet om een algemene mogelijkheid om beleid waar een ambtenaar het mee oneens is naast zich neer te leggen.
Juridisch oordeel vooraf van belang
Schaap noemt als belangrijk criterium dat de onrechtmatigheid duidelijk moet zijn. Als juristen binnen een ministerie vooraf concluderen dat een maatregel juridisch niet houdbaar is en de minister toch doorgaat, moet een ambtenaar volgens hem zeggen: "Sorry, ik weiger dit uit te voeren."
Als voorbeeld noemen de juristen het besluit van toenmalig staatssecretaris Eric van der Burg van Asiel in 2022 om gezinshereniging voor statushouders tijdelijk te beperken. De juridische afdeling van het ministerie had al gewaarschuwd dat de maatregel bij de rechter geen stand zou houden. Toch werd het beleid uitgevoerd, totdat de Raad van State er een streep door zette.
Volgens Schaap laat die zaak zien waarom ambtenaren eerder moeten ingrijpen. Tijdens de periode waarin de maatregel gold, konden mensen hun familie niet naar Nederland laten nareizen. Rechterlijke toetsing achteraf voorkomt volgens hem niet dat betrokkenen in de tussentijd nadeel ondervinden.
De onderzoekers maken onderscheid tussen het weigeren van onrechtmatig beleid en ambtenaren die demonstreren tegen kabinetsbeleid, zoals de sit-ins bij het ministerie van Buitenlandse Zaken over Gaza. Demonstreren is een uiting van een persoonlijke mening, zegt Schotel. Bij een evident onrechtmatige opdracht is die persoonlijke overtuiging volgens hem niet beslissend, omdat de ambtenaar de opdracht juridisch niet mag uitvoeren.
Schaap en Schotel wijzen erop dat een weigerende ambtenaar arbeidsrechtelijke bescherming kan hebben. Als de overheid maatregelen neemt tegen iemand die een aantoonbaar onrechtmatige opdracht weigerde, kan die ambtenaar volgens hen aanvoeren dat hij of zij juist de wet heeft nageleefd. Wel moet een organisatie voorkomen dat een andere medewerker het geweigerde werk alsnog uitvoert.



