Nederland heeft tijdens bijna twee jaar grenscontroles 182.700 mensen en 43.910 voertuigen gecontroleerd. In totaal kregen 650 personen geen toestemming om Nederland binnen te komen. Daarnaast werden 300 mensen aangehouden en vroegen 140 mensen asiel aan.
Dat staat in een brief van asielminister Bart van den Brink aan de Tweede Kamer. De minister moet de Europese Unie informeren over het verloop en de resultaten van de controles.
Controles gestopt
De grenscontroles begonnen in december 2024 en eindigden aan het einde van september. De controles waren ingesteld door toenmalig asielminister Marjolein Faber van de PVV. Zij zag de maatregel als een belangrijk middel om het aantal asielzoekers dat Nederland binnenkomt terug te dringen.
De controles werden uitgevoerd aan de Nederlandse grenzen. Daarbij controleerden medewerkers onder meer voertuigen en inzittenden die Nederland binnen wilden reizen. De cijfers omvatten de hele periode vanaf de start in december 2024 tot het einde van september.
De Koninklijke Marechaussee houdt wel mobiele controles in de grensgebieden. Die controles zijn minder plaatsgebonden en kunnen op verschillende locaties worden uitgevoerd. Sinds de start daarvan in februari van dit jaar zijn 510 mensen aangehouden, schrijft Van den Brink.
De grenscontroles maakten deel uit van het Nederlandse beleid om toezicht aan de binnengrenzen van het Schengengebied te versterken. Binnen dat gebied kunnen mensen normaal gesproken zonder vaste grenscontroles reizen. Lidstaten kunnen tijdelijk opnieuw controleren, onder meer vanwege migratie of veiligheidsredenen.
Duitsland voert voorlopig nog wel controles aan de grens uit. Dat land begon daarmee in september 2024. Voor reizigers uit Nederland leidde dat eerder tot extra controles en mogelijke vertragingen bij het oversteken van de grens.



