In een voormalige varkensstal in Hoogeloon kweken de broers Ben en Jan Beijsens de wormensoort Dendrobaena veneta. De dieren worden verkocht voor de hengelsport en vogelkweek, maar ook ingezet om bodems te verbeteren. Tijdens hoge temperaturen houden de broers de stal koel met een installatie die een fijne waternevel verspreidt.
De wormen leven in grote bakken met donkere grond. Ze mijden licht en trekken zich daarom terug in de bodem. Bij hitte kunnen ze in de bakken niet naar diepere, koelere grond uitwijken, zoals ze buiten wel zouden doen.
"Met veertig graden houden wij ons hart vast", zegt Jan Beijsens. Als de grond uitdroogt, raken de wormen uitgeput en kunnen ze sterven. De nevelinstallatie moet de temperatuur verlagen en het vochtgehalte op peil houden.
Paring duurt enkele uren
De gekweekte wormen zijn tweeslachtig en hebben dus zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen. Voor voortplanting zijn desondanks twee dieren nodig. Ze liggen tijdens de paring met de buik tegen elkaar en wisselen zaadcellen uit, een proces dat drie tot vier uur kan duren.
Een worm legt volgens Jan Beijsens ongeveer één ei per week. De eitjes komen in compost terecht en komen onder goede omstandigheden na circa zeventig dagen uit. De broers noemen de soort ook wel de springer, vanwege de beweeglijkheid die hem geschikt maakt als aas voor onder meer witvis, karper en roofvis.
De kwekerij verzendt ook tienduizenden wormen tegelijk naar de Verenigde Staten. De dieren reizen per containerschip en zijn drie tot vijf weken onderweg. Voor vertrek worden ze gekoeld tot 5 graden, zodat ze in een rusttoestand raken en de overtocht levend kunnen doorstaan.
Wormencompost voor tuin en bodem
Wormen worden daarnaast gebruikt voor bodemverbetering. Ze maken gangen waardoor lucht en water beter door de grond kunnen bewegen, trekken organisch materiaal naar binnen en produceren mest. Voor sterk verdichte grond zijn volgens Jan Beijsens vooral wormen nodig die diep de bodem in gaan.
Ben Beijsens gebruikt de compost uit de kwekerij in zijn eigen groentetuin. De mest bevat mineralen, sporenelementen en humus. "Boontjes, komkommer en courgette, alles groeit hier in overvloed", zegt hij.



