Een medewerker van een makelaarsbedrijf is terecht op staande voet ontslagen nadat zij tijdens haar ziekmelding deelnam aan een Hyrox-wedstrijd. Dat heeft de kantonrechter bepaald. De vrouw meldde zich op 10 februari ziek met vermoeidheidsklachten en deed op 27 maart mee aan het sportevenement.
Bij Hyrox leggen deelnemers acht keer een kilometer hardlopen af, afgewisseld met verschillende krachtoefeningen. De vrouw was geboren in 1995 en werkte bij het bedrijf toen zij zich ziek meldde. In een bericht aan haar leidinggevende schreef ze dat ze de ziekte van Pfeiffer en een zware keelontsteking had. Ze gaf aan dat ze door kleine inspanningen al vermoeid raakte en overdag veel sliep.
De werkgever ontdekte op 1 april dat de vrouw aan de wedstrijd had meegedaan. Een dag later werd zij hierover ondervraagd. Op de vraag hoe haar deelname zich verhield tot haar eerdere berichten over haar gezondheid, antwoordde ze dat sporten gezond was. Het bedrijf stelde daarop dat het vertrouwen in haar was verdwenen en ontsloeg haar op staande voet.
Eerdere problemen op het werk
In de maanden voor haar ziekmelding waren er al spanningen tussen de vrouw en haar werkgever. Zij kon door privéomstandigheden niet altijd alle afgesproken uren werken. Zo mocht ze op maandagen thuisblijven om voor haar dochter te zorgen, waarna ze die uren zou inhalen. Ook kwam ze volgens het bedrijf geregeld te laat, vertrok ze eerder en vroeg ze vaak om diensten en vrije dagen te ruilen.
Ondanks die problemen was haar jaarcontract met een jaar verlengd. De vrouw stelde tijdens de rechtszaak dat haar werkgever wist dat ze aan de Hyrox wilde deelnemen. Ze had daarvoor namelijk vrij gevraagd. Daarom vond ze dat ze niet over haar activiteiten had gelogen en dat het ontslag niet gerechtvaardigd was.
De rechter ging daar niet in mee. Vooral de korte periode tussen haar mededeling dat ze door ziekte en vermoeidheid vrijwel niets kon en haar deelname aan de zware wedstrijd woog mee in het oordeel.
De vrouw ontvangt uiteindelijk 1.212 euro. Dat bedrag bestaat uit een klein deel van haar loon, een reiskostenvergoeding en een transitievergoeding. Het bedrijf had bijna 19.000 euro geëist, gelijk aan het loon over de resterende looptijd van het contract. De rechter wees dat grotendeels af, omdat de schade onvoldoende was onderbouwd. Het bedrijf krijgt één maandsalaris en het bijbehorende vakantiegeld. Beide partijen betalen hun eigen juridische kosten.



