Veel regionale industriebedrijven lopen vast bij hun verduurzaming door een tekort aan capaciteit op het elektriciteitsnet. Fabrieken voor onder meer glas, karton en bakstenen willen energie-intensieve machines vervangen door elektrische installaties, maar krijgen niet op tijd een zwaardere aansluiting.
Dat blijkt uit een rapport van Cluster6, een samenwerkingsverband van regionale energie-intensieve bedrijven, de maakindustrie, afvalverwerkers en het ministerie van Klimaat en Groene Groei. De betrokken ondernemingen staan vaak onderaan de wachtlijst voor nieuwe of uitgebreidere aansluitingen.
Baksteenproductie wacht op aansluiting
Ook de steenfabrieken van Wienerberger zijn bij Cluster6 aangesloten. Het bedrijf maakt jaarlijks ongeveer 70 miljoen bakstenen en straatstenen, grotendeels in gasovens. Directeur Jasper Vos wil die ovens vervangen door elektrische apparatuur, maar een fabriek in Pannerden wacht nog op een zwaardere stroomaansluiting.
Volgens Vos is toegezegd dat er voor 2030 ruimte op het net komt, maar is onzeker of die planning wordt gehaald. “Door onzekerheid over een stroomaansluiting lekken investeringen weg naar het buitenland”, zegt hij. Volgens de directeur hebben vergelijkbare bedrijven in Duitsland wel toegang tot voldoende elektriciteit. Als Nederlandse bedrijven die zekerheid niet krijgen, komt volgens hem hun voortbestaan in gevaar.
De netcongestie is ontstaan doordat huishoudens en bedrijven de afgelopen jaren veel meer elektriciteit zijn gaan gebruiken. De bestaande ondergrondse kabels zijn daar niet op berekend. Vooral in de ochtend en avond zijn de pieken hoog, waardoor netbeheerders niet iedere nieuwe aanvraag kunnen honoreren.
Maatschappelijk belangrijke instellingen, zoals scholen en ziekenhuizen, krijgen voorrang. Ook bedrijven die de druk op het net kunnen verlichten, zoals wind- en zonneparken en aanbieders van grote batterijen, staan hoger op de lijst. Industriebedrijven belanden daardoor vaak achteraan. Omdat de verdeling per regio wordt geregeld, kunnen bedrijven op de ene plek direct worden aangesloten terwijl ondernemingen elders jaren wachten.
Tijdelijke stroom als tussenoplossing
Barbara Verwayen, die namens Cluster6 de regionale industrie vertegenwoordigt, ziet lokale elektriciteitsproductie als mogelijke tijdelijke oplossing. Bedrijven zouden met zonnepanelen, windmolens en batterijen alvast elektrische machines kunnen gebruiken totdat de netaansluiting is uitgebreid. Als duurzame opwekking niet volstaat, zouden tijdelijk gasturbines nodig zijn, zegt zij.
Daarvoor moeten volgens Verwayen wel vergunningen, wetgeving en duidelijke regels worden geregeld. Netbeheerders werken intussen aan uitbreiding van het netwerk. De komende jaren moeten ongeveer honderd hoogspanningsstations en andere infrastructuur worden gebouwd. Procedures kunnen vertragen door beschermde natuur en bezwaren van omwonenden.



