De verkoop van chemiebedrijf OCI aan Orascom kan doorgaan. De Ondernemingskamer heeft besloten dat nader onderzoek naar het beleid van OCI niet nodig is, nadat tijdelijke bestuurders de belangen van minderheidsaandeelhouders hebben bewaakt.
De Egyptische miljardair Nassef Sawiris bezit de meerderheid van OCI, dat een beursnotering in Amsterdam heeft. Sawiris bracht in 2025 via zijn Egyptische bouwbedrijf Orascom een bod uit op alle aandelen van OCI.
Aandeelhouders konden hun stukken aanvankelijk omruilen voor een belang in Orascom. Een groep minderheidsaandeelhouders wees dat voorstel af. Zij vonden de geboden waarde te laag en vreesden gezamenlijk honderden miljoenen euro’s te verliezen.
Nieuw bod in contanten
De Ondernemingskamer stelde eerder vast dat er voldoende reden was om te twijfelen aan de zorgvuldigheid van de besluitvorming binnen OCI. Ook achtte de kamer het mogelijk dat de klagende aandeelhouders aanzienlijk zouden worden benadeeld. Daarom werden twee tijdelijke bestuurders aangesteld.
Die bestuurders moesten erop toezien dat de minderheidsaandeelhouders niet onevenredig zouden worden geraakt door de transactie. Volgens de Ondernemingskamer is met hun tussenkomst inmiddels voldoende rekening gehouden met hun belangen.
De aandeelhouders hebben een nieuw voorstel gekregen. Dat bestaat ook uit een betaling in contanten en ligt iets boven de recente beurskoers van OCI. Op basis van het bod komt de waarde van het chemiebedrijf uit op ruim 860 miljoen euro.
Daarmee ziet de Ondernemingskamer geen noodzaak meer om het beleid of de gang van zaken bij OCI verder te onderzoeken. De kamer verwacht dat de aandeelhoudersvergadering de transactie met Orascom nog dit jaar goedkeurt.
De aanstelling van de twee tijdelijke bestuurders eindigt op 1 januari 2027. Daarna kan de verkoop verder worden afgehandeld zonder hun toezicht.



