Staat en NAM gaan in hoger beroep over bijna 800 miljoen euro schade

De Staat en de Nederlandse Aardolie Maatschappij gaan in hoger beroep in twee zaken over bijna 800 miljoen euro aan Groningse aardbevingsschade. Het geschil gaat over woningwaardedaling en de kosten van schadeherstel.

Betonnen viaduct boven een weg in Groningen, in beeld bij berichtgeving over aardbevingsschade
Betonnen viaduct boven een weg in Groningen, in beeld bij berichtgeving over aardbevingsschade · Beeld: Netgebeurd (AI-illustratie)

De Staat en de Nederlandse Aardolie Maatschappij, NAM, zetten hun juridische strijd over aardbevingsschade in Groningen voort. Beide partijen gaan in hoger beroep tegen uitspraken over in totaal bijna 800 miljoen euro.

De Staat wil 521 miljoen euro verhalen op de NAM voor de waardedaling van woningen die nog niet zijn verkocht. Daarnaast eist de Staat 268 miljoen euro voor het herstel van fysieke schade aan gebouwen. De rechtbank oordeelde eerder dat de NAM de herstelkosten moet dragen, maar wees de vordering over waardedaling af.

In de zaak over de woningwaardedaling vond de rechtbank dat de Staat onvoldoende had uitgelegd hoe het bedrag van 521 miljoen euro is berekend. Daardoor kan de rekening voorlopig niet bij de NAM worden neergelegd. De minister van Binnenlandse Zaken moet een nieuw besluit nemen of de onderbouwing van de vordering verbeteren.

Discussie over peildatum

Centraal staat de datum van 1 januari 2019, die de Staat gebruikt voor de waardedalingsregeling van het Instituut Mijnbouwschade Groningen, IMG. De rechter stelde dat de situatie in de Groningse bodem op dat moment nog niet stabiel genoeg was om de definitieve waardedaling van huizen vast te stellen.

Zolang toekomstige bevingen en nieuwe schade niet goed zijn te voorspellen, is ook de uiteindelijke financiële schade onzeker. Het ministerie van Binnenlandse Zaken bestrijdt het oordeel over de peildatum om juridische redenen. Welke argumenten het ministerie in hoger beroep zal aanvoeren, is nog niet bekendgemaakt.

Het IMG nam de regeling voor waardedaling in 2020 over van de NAM. Eigenaren die tussen 16 augustus 2012 en 1 januari 2021 een woning in het aardbevingsgebied bezaten, kunnen onder voorwaarden een vergoeding krijgen. Ook ondernemers kunnen van de regeling gebruikmaken.

NAM betwist ook herstelkosten

De NAM gaat eveneens in hoger beroep tegen het oordeel over de 268 miljoen euro voor schadeherstel. De rechtbank had vastgesteld dat de Staat deze kosten op het bedrijf mag verhalen.

De NAM vindt de gevraagde vergoeding te hoog. Het bedrijf wil niet betalen voor schade waarvan naar zijn oordeel niet is vastgesteld dat die door aardbevingen is veroorzaakt. Ook stelt de NAM dat zij op principiële punten onvoldoende in het gelijk is gesteld.

Wanneer de hogerberoepszaken worden behandeld, is nog niet bekend.

Lees ook