De inkomstenbelasting voor werkenden stijgt volgend jaar per saldo met ongeveer 4 miljard euro. Op langere termijn loopt de extra belasting op tot 8 miljard euro. Dat komt doordat eerder aangekondigde belastingverhogingen maar gedeeltelijk worden gecompenseerd met maatregelen die de koopkracht moeten ondersteunen.
Uit ramingen van het Centraal Planbureau (CPB) blijkt dat de gemiddelde koopkracht hierdoor met 0,1 tot 0,2 procent daalt. De daling blijft beperkt door een pakket maatregelen ter waarde van 1,7 miljard euro. Dat pakket is bedoeld om de gevolgen van de belastingmaatregelen voor huishoudens gedeeltelijk op te vangen.
Verschillen tussen inkomensgroepen
Niet alle groepen worden op dezelfde manier geraakt. Werkenden met de laagste inkomens gaan er volgens de ramingen gemiddeld 0,2 procent op vooruit. Gepensioneerden krijgen gemiddeld 0,3 procent meer koopkracht.
Voor de totale groep werkenden pakt het beeld wel negatief uit. De stijging van de inkomstenbelasting weegt voor hen gemiddeld zwaarder dan de compensatie uit het koopkrachtpakket. De precieze gevolgen verschillen per inkomen en huishouden.
De plannen maken deel uit van het pakket dat op Prinsjesdag wordt gepresenteerd. De stukken kwamen dit jaar eerder naar buiten dan gebruikelijk, na moeizame onderhandelingen tussen D66, VVD en CDA.
Een hogere belasting waar D66-minister Hans Vijlbrief voor de zomer voor pleitte, staat volgens de uitgelekte stukken niet in het pakket. VVD-minister Heinen zou zich daar fel tegen hebben verzet. De maatregelen moeten nog officieel worden gepresenteerd en verder worden behandeld.



