De Ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam heeft ingegrepen bij een Nederlands hotelbedrijf waarin een in Dubai gevestigde investeerder de meerderheid heeft. De rechter schorst voorlopig alle bestuurders en commissarissen, stelt een tijdelijk bestuurder aan en laat de aandelen van de meerderheidsaandeelhouder beheren. Ook komt er een onderzoek naar het beleid van de onderneming.
De maatregelen volgen op een verzoek van een Duits pensioenfonds voor tandartsen, dat minderheidsaandeelhouder is. Het fonds had zijn belang eerder afgewaardeerd van 18 miljoen euro naar nul euro. Het fonds stelde dat het onvoldoende informatie kreeg en dat de meerderheidsaandeelhouder de waarde van zijn inbreng te hoog had voorgesteld.
Twijfel over waardering
Het hotelbedrijf werd in 2022 opgericht. De Dubaise investeerder verwierf 70 procent van de aandelen door software in te brengen die op 100 miljoen euro was gewaardeerd. Een jaar later kocht het Duitse pensioenfonds met een geldbedrag 25 procent van de aandelen.
Daarna volgden zeven aandelenuitgiften. De meerderheidsaandeelhouder betaalde daarbij met deelnemingen in hotels, die gezamenlijk opnieuw op 100 miljoen euro werden gewaardeerd. In 2025 wilde deze aandeelhouder nog eens voor 130 miljoen euro deelnemen door een bedrijf in te brengen dat hij zelf voor 100.000 Zwitserse francs had gekocht.
De Ondernemingskamer betwijfelt of de eerste software-inbreng werkelijk 100 miljoen euro waard was. De waardering was opgenomen in een rapport dat de aandeelhouder zelf had laten maken. De opsteller nam geen verantwoordelijkheid voor de juistheid ervan. Ook bleef onduidelijk om welke software het ging, welke commerciële mogelijkheden er waren en welke omzet ermee was behaald.
De rechter heeft eveneens twijfels over de waarde van de later ingebrachte hoteldeelnemingen. Daardoor bestaat volgens de Ondernemingskamer gerede twijfel of het bestuur voldoende heeft gecontroleerd of de aandelen daadwerkelijk en correct waren volgestort.
Belangenverstrengeling
De Ondernemingskamer zet ook vraagtekens bij de financiële administratie, het toezicht en de bedrijfsvoering. Jaarrekeningen werden niet geconsolideerd en niet gepubliceerd. De rechter vindt dat bestuur en raad van commissarissen extra zorgvuldig hadden moeten handelen, omdat de meerderheidsaandeelhouder bestuurder was en diens echtgenote commissaris.
Het pensioenfonds was niet vertegenwoordigd in het bestuur en had daarom recht op duidelijke informatie, oordeelt de rechter. Het onderzoek moet duidelijk maken of sprake is van wanbeleid en hoe de investeringen en besluitvorming binnen het hotelbedrijf zijn verlopen.



