Nederlandse staat betaalt volgend jaar 12 miljard euro aan rente

De rentekosten van de Nederlandse staat lopen volgend jaar op tot 12 miljard euro, oftewel 1 procent van het bruto binnenlands product. Vijf jaar geleden was dat nog 0,5 procent.

Man in pak zit aan tafel naast een grote koffer
Man in pak zit aan tafel naast een grote koffer · Beeld: Netgebeurd (AI-illustratie)

De Nederlandse staat is volgend jaar naar verwachting 12 miljard euro kwijt aan rentekosten. Dat komt overeen met 1 procent van het bruto binnenlands product (bbp), blijkt uit de Macro-Economische Verkenning van het Centraal Planbureau (CPB). Vijf jaar geleden bedroeg de rentelast nog 0,5 procent van het bbp.

De stijging hangt vooral samen met de hogere rente op de kapitaalmarkt. Tijdens en na de financiële crisis bleef die rente lange tijd laag. Eind 2014 kwam de kapitaalmarktrente onder de 1 procent uit. In 2019 was de rente zelfs tijdelijk negatief.

Herfinanciering wordt duurder

Nederland heeft veel staatsleningen afgesloten tegen de lage rentetarieven van de afgelopen jaren. Wanneer zo'n lening afloopt, vaak na tien jaar, moet de staat die opnieuw financieren. Voor die herfinanciering geldt de actuele marktrente, die nu ongeveer 3,3 procent bedraagt.

Daardoor nemen de rentekosten geleidelijk toe naarmate oudere, goedkope leningen worden vervangen door nieuwe leningen met een hogere rente. De hogere lasten drukken op de ruimte die de overheid heeft voor andere uitgaven.

Nederland staat er wat betreft de staatsschuld relatief gunstig voor. Die schuld bedraagt ongeveer 45 procent van het bbp. Dat is lager dan in veel andere Europese landen en blijft onder de Europese grens van 60 procent.

Duitsland heeft een staatsschuld van meer dan 60 procent van het bbp en betaalt ongeveer 1,3 procent van het bbp aan rente. België en Frankrijk hebben zowel een hogere staatsschuld als hogere rentelasten. In de Verenigde Staten komt de rentelast uit op bijna 4 procent van het bbp, onder meer door de hogere rente en de omvangrijke staatsschuld.

Minder ruimte voor oplopende schuld

De relatief lage Nederlandse schuld zou ruimte kunnen bieden voor extra investeringen in onder meer innovatie en kennis. Een hogere schuldquote is echter niet eenvoudig te realiseren binnen de Europese begrotingsregels.

Het Nederlandse bbp groeit naar verwachting met 1,5 procent in reële termen. Met ongeveer 2,5 procent inflatie komt de nominale groei uit op circa 4 procent. Om de schuld als percentage van het bbp te laten stijgen, zou het begrotingstekort daarom sterker moeten oplopen. De Europese regels schrijven voor dat dit tekort onder 3 procent van het bbp blijft.

Lees ook