AkzoNobel doet zijn activiteiten in decoratieve verf in Azië en Australië van de hand. De koper is het Japanse verfbedrijf Nippon Paint, dat omgerekend 1,2 miljard euro betaalt voor de onderdelen.
Na belastingen en betalingen aan minderheidsaandeelhouders houdt AkzoNobel ongeveer 900 miljoen euro over. De verkochte activiteiten waren vorig jaar goed voor een omzet van bijna 260 miljoen euro.
Het gaat om verf voor consumenten in Vietnam, Indonesië, Maleisië, Thailand, Singapore, Papoea-Nieuw-Guinea en Australië. Die producten worden onder meer gebruikt voor het schilderen van woningen.
Focus op fusie met Axalta
AkzoNobel verkoopt na eerdere transacties geen decoratieve verf meer in Azië. Het bedrijf heeft eerder ook zijn activiteiten in India en Pakistan afgestoten. Industriële verf blijft wel onderdeel van de onderneming. Die wordt onder meer gebruikt voor schepen en auto's.
De verkoop past bij de keuze van AkzoNobel om zich te concentreren op de voorgenomen fusie met het Amerikaanse Axalta. Die combinatie moet naar verwachting eind dit jaar of begin volgend jaar worden afgerond. Daarna verdwijnt het aandeel AkzoNobel van de Amsterdamse beurs, terwijl het hoofdkantoor in Nederland blijft.
Beleggers reageerden positief op de verkoop. Het aandeel stond een half uur na de opening ruim 2 procent hoger en was daarmee de sterkste stijger binnen de AEX-index.
AkzoNobel is in Nederland vooral bekend van merken als Flexa, Alabastine, Cetabever, Hammerite en Sikkens. Nippon Paint toonde eerder al belangstelling voor onderdelen van het concern. In de zomer wees AkzoNobel een bod van 7,5 miljard euro af voor de volledige consumententak voor decoratieve verf.
Eerder dit jaar probeerde Nippon Paint samen met het Amerikaanse Sherwin-Williams AkzoNobel in zijn geheel over te nemen. Dat voorstel had een waarde van ongeveer 12,5 miljard euro. AkzoNobel wees ook dat bod af en hield vast aan de fusieplannen met Axalta.



